Alle getoetste uitspraken

Getoetst op 18 oktober 2026

Zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk, voor handel in cocaïne en MDMA

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 28 augustus 2026

Zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk, voor handel in cocaïne en MDMA

ECLI:NL:RBZWB:2026:8246

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗

De verdachte heeft van 27 juli 2023 tot en met 8 februari 2024 samen met een ander gehandeld in cocaïne en MDMA. De rechtbank legt zes maanden gevangenisstraf op, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Het onvoorwaardelijke deel is al uitgezeten in voorarrest. Daarnaast moet de verdachte wegens overtreding van voorwaarden bij eerdere veroordelingen in totaal 70 uur taakstraf uitvoeren.

Bewezen feiten en de wet

Samen met een ander, meerdere keren, opzettelijk cocaïne en MDMA verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren tussen 27 juli 2023 en 8 februari 2024.

Volgens de wet die gold tijdens de bewezenverklaarde periode: acht jaar gevangenisstraf (96 maanden) per overtreding. Voor het meerdere keren plegen geldt daarnaast de samenloopregeling.

Artikel 2, onder B, en artikel 10, vierde lid, Opiumwet; artikel 47, eerste lid, onder 1°, Wetboek van Strafrecht.

Voor opzettelijke handel in harddrugs gold tijdens de bewezenverklaarde periode maximaal 96 maanden gevangenisstraf per overtreding. De rechtbank verklaart het feit meerdere keren gepleegd. Bij meerdaadse samenloop geldt volgens artikel 57 Sr maximaal het hoogste strafmaximum plus een derde, begrensd door de som van de afzonderlijke maxima. Dat is 96 + 32 = 128 maanden; de som van de maxima voor de herhaalde overtredingen ligt daarboven. Medeplegen verhoogt het maximum niet. De uitspraak bevat onvoldoende gegevens om een wettelijke verhoging wegens recidive toe te passen: eerdere veroordelingen voor andere feiten zijn daarvoor op zichzelf niet genoeg. De tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen staat los van dit maximum voor de nieuwe feiten.

Weegt zwaarder

  • De verdachte heeft ruim een half jaar samen met een ander gedeald in cocaïne en MDMA.
  • Hij heeft bijgedragen aan de instandhouding van het criminele drugscircuit, met schade en overlast voor de samenleving.
  • Straathandel in drugs veroorzaakt overlast en gevoelens van onveiligheid; drugs bedreigen de gezondheid ernstig en leiden direct of indirect tot criminaliteit.
  • De verdachte is niet eerder veroordeeld voor het dealen in harddrugs, maar wel meermaals voor andere feiten.
  • De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij zijn rol heeft geminimaliseerd.

Weegt lichter

  • De rechtbank beschouwt de verdachte niet als een grote speler in het criminele drugscircuit.
  • Er waren duidelijke pieken en dalen in de frequentie van het dealen.
  • De rechtbank verklaart een kortere periode bewezen dan ten laste was gelegd.
  • De redelijke termijn waarbinnen de strafzaak moest zijn afgerond, is volgens de rechtbank met zeven maanden overschreden.
  • De rechtbank sluit aan bij de straf van de medeverdachte: zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk, voor een dealperiode van bijna een jaar.

De persoon

De verdachte is geboren in 1996 en heeft geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. Hij is niet op de zitting verschenen. Hij heeft meerdere eerdere veroordelingen voor andere soorten feiten, maar niet voor het dealen in harddrugs.

Oriëntatiepunten rechtspraak

De rechtbank noemt de landelijke LOVS-oriëntatiepunten: voor iemand zonder eerdere veroordeling voor dergelijke feiten is twaalf maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt bij het met enige regelmaat op straat dealen van harddrugs gedurende zes tot twaalf maanden. De rechtbank wijkt hiervan naar beneden af.

Samenvatting van de toetsing

Ver onder het wettelijk maximum. Opgelegd: Zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en aftrek van voorarrest. Daarnaast worden eerdere voorwaardelijke straffen uitgevoerd: zeven dagen gevangenisstraf worden vervangen door 30 uur taakstraf en een eerdere taakstraf van 40 uur moet alsnog worden uitgevoerd. — het wettelijk maximum is 128 maanden.

Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam

De opgelegde zes maanden gevangenisstraf liggen ver onder het wettelijke maximum van 128 maanden voor de herhaalde overtredingen samen. Dat maximum is een wettelijke bovengrens en geen gebruikelijke straf voor iedere drugszaak. De rechtbank neemt de maatschappelijke schade serieus, maar weegt ook mee dat de verdachte geen grote speler was en niet steeds even vaak dealde. Verder verlagen de korter bewezenverklaarde periode en de overschrijding van de redelijke termijn de straf. De rechtbank sluit aan bij de straf van de medeverdachte en legt daarom minder op dan het LOVS-uitgangspunt en de eis van het OM.

Broncitaten bij de drie afwegingen
Strafdoelen
Geen expliciet broncitaat vastgesteld; dit is geen oordeel over de straf.
Proportionaliteit
Alle voornoemde omstandigheden meegewogen, is de rechtbank van oordeel dat voor verdachte eenzelfde straf passend is, waardoor de rechtbank afwijkt van de oriëntatiepunten en de eis van de officier van justitie.
Persoonlijke omstandigheden
Hoewel de rechtbank het verdachte kwalijk neemt dat hij zijn rol heeft geminimaliseerd, beschouwt de rechtbank verdachte niet als een grote speler in het criminele drugscircuit.

De weegschaal

Ver onder het wettelijk maximum
Wettelijk maximum128 maanden
Eis van het OM10 maanden
Opgelegde vrijheidsstraf3 maanden + 3 maanden voorw.

Opgelegd: Zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en aftrek van voorarrest. Daarnaast worden eerdere voorwaardelijke straffen uitgevoerd: zeven dagen gevangenisstraf worden vervangen door 30 uur taakstraf en een eerdere taakstraf van 40 uur moet alsnog worden uitgevoerd.

De 70 uur taakstraf betreft uitsluitend eerdere veroordelingen. Een telefoon wordt verbeurdverklaard: de verdachte raakt die kwijt. Een andere telefoon wordt teruggegeven. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven. De verdachte hoeft voor de hoofdzaak niet terug naar de gevangenis, omdat het onvoorwaardelijke deel al in voorarrest is uitgezeten.

Eis OM: Tien maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en aftrek van voorarrest. Het OM vroeg ook om uitvoering van de eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf van zeven dagen en taakstraf van 40 uur.

Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗