Alle getoetste uitspraken

Getoetst op 18 oktober 2026

Handel in cocaïne en heroïne, witwassen en cocaïnebezit: 12 maanden cel, waarvan 4 voorwaardelijk

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 4 augustus 2026

Handel in cocaïne en heroïne, witwassen en cocaïnebezit: 12 maanden cel, waarvan 4 voorwaardelijk

ECLI:NL:RBZWB:2026:7171

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗

De rechtbank veroordeelt de verdachte voor bijna tien maanden handel in cocaïne en heroïne, het witwassen van € 6.045 en het bezit van 28,6 gram cocaïne. Hij krijgt 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Het voorarrest wordt afgetrokken. De rechtbank houdt onder meer rekening met zijn jonge leeftijd, langdurig toezicht tijdens de schorsing van zijn voorlopige hechtenis en overschrijding van de redelijke termijn. Zijn telefoon en het geld worden verbeurdverklaard.

Bewezen feiten en de wet

Van 30 mei 2023 tot en met 23 maart 2024 herhaaldelijk opzettelijk cocaïne en heroïne verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren.

8 jaar gevangenisstraf (96 maanden) per overtreding, volgens de wet ten tijde van de feiten.

Artikel 2 onder B en artikel 10 lid 4 Opiumwet.

Op 17 april 2024 € 6.045 voorhanden hebben, wetend dat dit geld onmiddellijk afkomstig was uit eigen misdrijf. De rechtbank kwalificeert dit als witwassen.

Volgens de kwalificatie en wetsverwijzing in het vonnis: 6 jaar gevangenisstraf (72 maanden). Voor eenvoudig witwassen van onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstig geld geldt daarentegen maximaal 6 maanden.

Artikel 420bis lid 1 onder b Sr, zoals genoemd in het vonnis. De bewezenverklaring roept ook de toepasselijkheid van artikel 420bis.1 Sr op: eenvoudig witwassen.

Op 26 maart 2024 opzettelijk 28,6 gram cocaïne aanwezig hebben.

6 jaar gevangenisstraf (72 maanden), volgens de wet ten tijde van het feit.

Artikel 2 onder C en artikel 10 lid 3 Opiumwet.

Uitgaande van de kwalificaties in het vonnis is het hoogste afzonderlijke maximum 96 maanden. Artikel 57 Sr beperkt de gezamenlijke gevangenisstraf tot dat maximum plus een derde: 96 + 32 = 128 maanden, oftewel 10 jaar en 8 maanden. Dit ligt onder de som van de maxima van de drie feiten: 96 + 72 + 72 = 240 maanden. Het herhaaldelijk handelen binnen feit 1 verhoogt deze samenloopgrens niet verder. Een wettelijke verhoging wegens recidive blijkt niet van toepassing. Bij feit 2 bestaat een spanning tussen de bewezenverklaring en de kwalificatie: uitsluitend het voorhanden hebben van onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstig geld valt onder eenvoudig witwassen, artikel 420bis.1 Sr, met een maximum van 6 maanden. Ook bij toepassing daarvan blijft het gezamenlijke maximum 128 maanden, omdat 96 + 6 + 72 daarboven ligt.

Weegt zwaarder

  • Gedurende bijna tien maanden is zeer intensief in cocaïne en heroïne gehandeld.
  • Harddrugs zijn sterk verslavend en kunnen ernstige lichamelijke en psychische klachten veroorzaken.
  • De handel in harddrugs gaat vaak samen met georganiseerde criminaliteit en geweld; drugsgebruik kan leiden tot diefstal, schade en overlast. Verdachte heeft hieraan bijgedragen.
  • Verdachte heeft zich om deze gevolgen niet bekommerd en slechts gehandeld uit winstbejag.
  • Meerdere klanten verklaren over nare praktijken, zoals het innemen van pinpassen bij betalingsachterstanden en het toepassen van geweld. De rechtbank betrekt dit bij de ernst van de drugsfeiten.
  • Naast de drugshandel is sprake van cocaïnebezit en witwassen.
  • Witwassen ontwricht de reguliere economie, tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan en maakt dat misdaad loont.

Weegt lichter

  • De jonge leeftijd van verdachte.
  • Verdachte heeft lang onder toezicht gestaan tijdens de schorsing van zijn voorlopige hechtenis en moest zich daarbij aan veel voorwaarden houden.
  • De redelijke termijn is met ruim drie maanden overschreden. De rechtbank noemt een strafvermindering van 5% als uitgangspunt, maar werkt de korting niet afzonderlijk uit in maanden.

De persoon

Verdachte is geboren in 2004. Hij volgt een opleiding, loopt stage, heeft geen financiële problemen, heeft een stabiele woonsituatie en een goede band met zijn familie. Hij kan zijn zaken zelfstandig regelen. De reclassering kon het risico op herhaling niet inschatten en zag geen meerwaarde in verder toezicht. De rechtbank past volwassenenstrafrecht toe. Verdachte is niet eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld; de rechtbank zegt uitdrukkelijk dat zij dit niet strafverminderend meeweegt.

Oriëntatiepunten rechtspraak

De rechtbank verwijst naar de LOVS-oriëntatiepunten, landelijke richtlijnen voor straftoemeting, en naar vergelijkbare zaken. Zij noemt voor het met enige regelmaat dealen van harddrugs in deze zaak een uitgangspunt van 12 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daartegenover stelt zij de zeer intensieve handel, het afnemen van bankpassen en de bijkomende feiten, maar ook de omstandigheden die in het voordeel van verdachte wegen.

Samenvatting van de toetsing

Ver onder het wettelijk maximum. Opgelegd: 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van het voorarrest. — het wettelijk maximum is 128 maanden.

Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam

De opgelegde gevangenisstraf van 12 maanden ligt ver onder het gezamenlijke wettelijke maximum van 128 maanden. Dat maximum is een wettelijke bovengrens en niet het gebruikelijke uitgangspunt voor deze concrete feiten. De rechtbank neemt de LOVS-oriëntatiepunten en straffen in vergelijkbare zaken als leidraad en vindt een gevangenisstraf nodig vanwege de ernst en intensiteit van de handel en de bijkomende feiten. In het voordeel van verdachte wegen zijn jonge leeftijd, het langdurige toezicht met voorwaarden en de overschrijding van de redelijke termijn. Vier maanden zijn voorwaardelijk om hem ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Broncitaten bij de drie afwegingen
Strafdoelen
Hiermee zal verdachte een stok achter de deur hebben om te voorkomen dat hij (nogmaals) strafbare feiten pleegt.
Proportionaliteit
Gelet op de aard en ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een gevangenisstraf.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank zal in het voordeel van verdachte rekening houden met zijn jonge leeftijd en met de omstandigheid dat hij lang in een schorsingstoezicht heeft gelopen waarbij hij zich aan een groot aantal voorwaarden heeft moeten houden.

De weegschaal

Ver onder het wettelijk maximum
Wettelijk maximum128 maanden
Eis van het OM10 maanden
Opgelegde vrijheidsstraf8 maanden + 4 maanden voorw.

Opgelegd: 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van het voorarrest.

Algemene voorwaarde: gedurende de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten plegen. Geen bijzondere voorwaarden. De telefoon en € 6.045 worden verbeurdverklaard: de verdachte raakt deze kwijt aan de Staat. De bankpas moet terug naar de rechthebbende. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.

Eis OM: 10 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van het voorarrest.

Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗