Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 3 juni 2026
Twaalf maanden gevangenisstraf voor handel in harddrugs en bezit van cocaïne
ECLI:NL:RBZWB:2026:4877
Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗De rechtbank veroordeelt de verdachte voor ongeveer elf maanden handel in cocaïne, MDMA, 3-MMC en methamfetamine en voor het bezit van 77,58 gram cocaïne. Hij krijgt twaalf maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van het voorarrest. Ook worden geldbedragen van samen € 992,70 verbeurd verklaard. De straf is gelijk aan de eis van het OM.
Bewezen feiten en de wet
Van 1 oktober 2023 tot en met 20 augustus 2024 in Tilburg herhaaldelijk opzettelijk cocaïne, MDMA, 3-MMC en methamfetamine verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren.
Acht jaar gevangenisstraf (96 maanden) per overtreding, volgens de wet die gold tijdens de bewezenverklaarde periode.
Artikel 2 onder B en artikel 10 lid 4 Opiumwet.
Op 20 augustus 2024 in Tilburg opzettelijk 77,58 gram cocaïne aanwezig hebben.
Zes jaar gevangenisstraf (72 maanden).
Artikel 2 onder C en artikel 10 lid 3 Opiumwet.
De handel is meermalen gepleegd. Voor die afzonderlijke handelshandelingen geldt artikel 57 Sr: het hoogste maximum van 96 maanden wordt verhoogd met een derde, dus 96 + 32 = 128 maanden. Dit is niet hoger dan de som van de maxima voor meerdere handelshandelingen. Het cocaïnebezit valt volgens de rechtbank samen met de handel onder artikel 55 Sr (eendaadse samenloop) en levert daarom geen afzonderlijke verhoging op. De eerdere Opiumwetveroordeling is wel strafverzwarend meegewogen, maar de uitspraak bevat onvoldoende gegevens om een wettelijke recidiveverhoging toe te passen. Verder noemt de rechtbank artikel 63 Sr, dat de strafruimte kan beperken vanwege een eerdere veroordeling. Zonder gegevens over die eerdere straf kan die beperking niet worden berekend; 128 maanden is daarom het algemene samenloopmaximum voor de hier bewezenverklaarde feiten.
Weegt zwaarder
- De verdachte heeft gedurende elf maanden in verschillende soorten harddrugs gehandeld.
- Harddrugs zijn sterk verslavend en brengen ernstige schade toe aan de gezondheid van gebruikers.
- Drugshandel gaat veelal gepaard met andere criminaliteit. De verdachte heeft daaraan bijgedragen.
- De verdachte heeft zich kennelijk niet om deze gevolgen bekommerd en zich enkel laten leiden door financieel gewin.
- Een eerdere veroordeling voor overtreding van de Opiumwet in 2023 heeft hem niet weerhouden van nieuwe Opiumwetfeiten.
- De verdachte heeft slechts beperkt verantwoordelijkheid genomen. Zijn proceshouding komt de rechtbank berekenend voor.
- Het ontbreken van volledig inzicht in zijn handelen baart de rechtbank zorgen voor de toekomst.
Weegt lichter
- De rechtbank houdt in zijn voordeel rekening met het tijdsverloop: de feiten dateren uit 2023 en 2024.
De persoon
De verdachte is geboren in 1991. Hij is in 2023 eerder veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet. De rechtbank vindt dat hij beperkt verantwoordelijkheid heeft genomen en onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn handelen. Andere persoonlijke omstandigheden worden in de strafmotivering niet beschreven.
Oriëntatiepunten rechtspraak
De rechtbank houdt uitdrukkelijk rekening met de LOVS-oriëntatiepunten, landelijke richtlijnen voor straftoemeting, en met straffen in soortgelijke zaken. Zij noemt geen concreet oriëntatiepunt of bijbehorende strafduur.
Samenvatting van de toetsing
Ver onder het wettelijk maximum. Opgelegd: Twaalf maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van het voorarrest, en verbeurdverklaring van € 992,70. — het wettelijk maximum is 128 maanden.
Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam
De twaalf maanden gevangenisstraf liggen ver onder het algemene wettelijke samenloopmaximum van 128 maanden. Dat maximum is een bovengrens en geen standaardstraf voor iedere drugshandelzaak. De rechtbank weegt de langdurige handel, de schadelijke gevolgen, de eerdere veroordeling en de beperkte verantwoordelijkheid van de verdachte in zijn nadeel mee. Het tijdsverloop telt in zijn voordeel; daarnaast houdt de rechtbank rekening met de samenloop van handel en bezit, de LOVS-oriëntatiepunten en vergelijkbare zaken. Alles samen vindt zij twaalf maanden gevangenisstraf passend en ziet zij geen ruimte voor een lichtere straf.
Broncitaten bij de drie afwegingen
- Strafdoelen
- Geen expliciet broncitaat vastgesteld; dit is geen oordeel over de straf.
- Proportionaliteit
- Geen expliciet broncitaat vastgesteld; dit is geen oordeel over de straf.
- Persoonlijke omstandigheden
Het feit dat verdachte geen volledig inzicht heeft willen geven in zijn handelen, baart zorgen voor de toekomst en weegt de rechtbank in het nadeel van verdachte mee.
De weegschaal
Ver onder het wettelijk maximumOpgelegd: Twaalf maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van het voorarrest, en verbeurdverklaring van € 992,70.
Verbeurdverklaring van € 212,70 en € 780,00: de verdachte raakt deze bedragen kwijt aan de Staat. De in beslag genomen Piaggio-bromfiets wordt teruggegeven.
Eis OM: Twaalf maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van het voorarrest.
Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.
Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗