Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 2 juni 2026
Docent veroordeeld voor verkrachting en aanranding van leerling en kinderpornografie
ECLI:NL:RBZWB:2026:4869
Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗Een docent is veroordeeld voor verkrachting en aanranding van een veertienjarige leerling en voor het maken en bezitten van seksuele afbeeldingen van een andere minderjarige leerling. Hij krijgt 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast gelden onder meer verplichte alcoholbehandeling, een contactverbod en een beperkt locatieverbod. Hij mag 10 jaar niet als docent van minderjarigen of in een soortgelijke functie werken en moet het slachtoffer € 8.000 schadevergoeding betalen.
Bewezen feiten en de wet
Feit 1: verkrachting van een veertienjarige leerling die aan zijn opleiding was toevertrouwd.
16 jaar gevangenisstraf: het basismaximum van 12 jaar wordt wegens de opleidingsrelatie met een derde verhoogd.
Artikel 248 lid 1 Sr, in samenhang met artikel 254 Sr.
Feit 2: aanranding van dezelfde veertienjarige leerling die aan zijn opleiding was toevertrouwd.
10 jaar en 8 maanden gevangenisstraf: het basismaximum van 8 jaar wordt wegens de opleidingsrelatie met een derde verhoogd. Dit maximum wordt niet afzonderlijk bij dat van feit 1 opgeteld.
Artikel 245 lid 1 Sr, in samenhang met artikel 254 Sr; artikel 55 lid 1 Sr voor de samenloop met feit 1.
Feit 3, eerste periode: meermalen seksuele afbeeldingen van een minderjarige vervaardigen, verwerven, bezitten en zich daartoe toegang verschaffen, van 1 april tot en met 30 juni 2024.
6 jaar gevangenisstraf per overtreding van deze strafbepaling.
Artikel 240b lid 1 Sr (oud).
Feit 3, tweede periode: meermalen visuele weergaven met een onmiskenbaar seksuele strekking van een minderjarige vervaardigen, verwerven, bezitten en zich daartoe toegang verschaffen, van 1 juli 2024 tot en met 30 juli 2025.
7 jaar gevangenisstraf per overtreding van deze strafbepaling.
Artikel 252 lid 1 Sr.
Voor feit 1 geldt door de opleidingsrelatie een verhoogd maximum van 144 + een derde = 192 maanden. Voor feit 2 is dat 96 + een derde = 128 maanden. De rechtbank beschouwt feit 1 en feit 2 als één samenhangend feitencomplex: eendaadse samenloop volgens artikel 55 Sr. Daarom telt daarvan alleen het hoogste maximum van 192 maanden mee. Met de afzonderlijke feiten rond de afbeeldingen geldt artikel 57 Sr: het hoogste maximum plus een derde, maar niet meer dan de som van de toepasselijke maxima. Dat geeft 192 + 64 = 256 maanden, oftewel 21 jaar en 4 maanden. Dit ligt onder de som van 192 + 72 + 84 = 348 maanden; verdere afzonderlijke herhalingen binnen feit 3 veranderen deze bovengrens niet. Er is geen recidiveverhoging: verdachte is niet eerder veroordeeld. Voor de periode vóór 1 juli 2024 blijft het oude maximum gelden. De rechtbank zegt bovendien dat zij bij feit 3 het oude, lagere maximum niet zal overschrijden; dat verandert de gezamenlijke wettelijke bovengrens niet. Bij feit 2 past artikel 245 Sr bij de bewezenverklaarde leeftijdscategorie; de verwijzing naar artikel 247 in de tenlastelegging sluit daar niet bij aan.
Weegt zwaarder
- Verdachte was de docent van het veertienjarige slachtoffer en was 36 jaar ouder.
- Hij bouwde een vertrouwensrelatie op en overschreed de grenzen van een normale docent-leerlingrelatie in zeer ernstige mate met persoonlijke en seksueel getinte berichten.
- Hij zei het slachtoffer berichten te verwijderen vanwege de mogelijke gevolgen voor hemzelf.
- Hij nodigde haar bij hem thuis uit en verrichtte daar seksuele handelingen met haar.
- Dat verdachte tot twee keer toe seksueel contact had met een leerling van hem, noemt de rechtbank zeer zorgelijk.
- Hij schond de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer en doorkruiste haar normale en gezonde seksuele ontwikkeling.
- Het slachtoffer heeft klachten die haar dagelijks functioneren beperken en kampt met PTSS-klachten.
Weegt lichter
- Verdachte is niet eerder veroordeeld voor strafbare feiten.
- De psycholoog schat het risico op herhaling vooralsnog laag in. De rechtbank betrekt dit rapport bij de beoordeling van zijn persoon, maar noemt niet hoeveel strafvermindering dit oplevert.
De persoon
Verdachte is geboren in 1974 en werkte als docent op een middelbare school. Hij heeft een ernstige alcoholgebruiksstoornis. Volgens de psycholoog was hij ondanks zijn alcoholgebruik in staat zijn wil vrij te bepalen. De rechtbank rekent de feiten daarom volledig aan hem toe. Behandeling is nodig om zijn alcoholgebruik te begrenzen. De rechtbank vindt, anders dan de psycholoog, dat deze behandeling verplicht moet plaatsvinden binnen het strafrechtelijke toezicht.
Oriëntatiepunten rechtspraak
De rechtbank noemt geen concreet LOVS-oriëntatiepunt of bijbehorend aantal maanden. Zij verwijst wel naar de straffen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Samenvatting van de toetsing
Ver onder het wettelijk maximum. Opgelegd: 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast een beroepsverbod van 10 jaar. — het wettelijk maximum is 256 maanden.
Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam
De totale gevangenisstraf van 30 maanden ligt ver onder het gezamenlijke wettelijke maximum van 256 maanden. Dat maximum is een wettelijke bovengrens en geen standaardstraf voor iedere zaak. De rechtbank weegt de ernstige feiten, het misbruik van de docent-leerlingrelatie en de gevolgen voor het slachtoffer af tegen de persoonlijke omstandigheden en de straffen in soortgelijke zaken. Verdachte heeft geen eerdere veroordelingen, maar zijn alcoholprobleem leidt niet tot verminderde verantwoordelijkheid. Het voorwaardelijke deel, de verplichte behandeling en het beroepsverbod zijn mede bedoeld om herhaling te voorkomen en minderjarigen te beschermen.
Broncitaten bij de drie afwegingen
- Strafdoelen
Met het voorwaardelijk strafdeel beoogt de rechtbank verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en het opleggen van bijzondere voorwaarden mogelijk te maken.
- Proportionaliteit
Gelet op de aard en ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de straffen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden opgelegd, vindt de rechtbank een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, passend en noodzakelijk.
- Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank volgt de conclusie van de psycholoog over de volledige toerekeningsvatbaarheid van verdachte en neemt deze over.
De weegschaal
Ver onder het wettelijk maximumOpgelegd: 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast een beroepsverbod van 10 jaar.
Bijzondere voorwaarden: meldplicht, verplichte behandeling gericht op alcoholgebruik, zo nodig alcoholcontroles, een contactverbod met het veertienjarige slachtoffer en een locatieverbod voor een afgebakend gebied rond haar woning. Reclasseringstoezicht en begeleiding. Gedurende 10 jaar geen werk als docent van minderjarigen of in een soortgelijke functie. Schadevergoeding en schadevergoedingsmaatregel van € 8.000, plus wettelijke rente; dit is geen geldboete. Een telefoon en twee computers worden definitief aan het verkeer onttrokken.
Eis OM: 6 jaar gevangenisstraf en een beroepsverbod van 10 jaar. Daarnaast een afzonderlijke maatregel met een contactverbod en een locatieverbod voor heel [plaats 2], gedurende 5 jaar, met 2 weken vervangende hechtenis per overtreding tot maximaal 6 maanden.
Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.
Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗