Alle getoetste uitspraken

Getoetst op 18 oktober 2026

Gevangenisstraf en vijfjarig contactverbod voor belaging en bedreiging

Rechtbank Oost-Brabant · 28 augustus 2026

Gevangenisstraf en vijfjarig contactverbod voor belaging en bedreiging

ECLI:NL:RBOBR:2026:6137

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗

De rechtbank veroordeelt verdachte voor ruim 4,5 maand belaging van een vrouw en bedreiging van een andere vrouw. Hij krijgt 365 dagen gevangenisstraf, waarvan 184 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. De 181 onvoorwaardelijke dagen heeft hij al in voorarrest doorgebracht. Hij moet onder meer meewerken aan behandeling en mag vijf jaar geen contact hebben met beide slachtoffers. De vervolging voor belaging van collega's van het eerste slachtoffer wordt niet inhoudelijk behandeld, omdat de wettelijk vereiste klachten ontbreken.

Bewezen feiten en de wet

Belaging van het eerste slachtoffer van 5 mei tot en met 19 september 2024 door herhaaldelijk te bellen, berichten en geluidsopnamen te sturen, bankoverschrijvingen met berichten te doen en haar werkgever en collega's te benaderen.

3 jaar gevangenisstraf (36 maanden).

Artikel 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht

Bedreiging van het tweede slachtoffer met een misdrijf tegen het leven door op 6 september 2024 een e-mail te sturen over onder meer geslepen messen en een stippellijn op hals en ledematen.

3 jaar gevangenisstraf (36 maanden).

Artikel 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Voor beide bewezenverklaarde feiten geldt een maximum van 36 maanden gevangenisstraf. Bij afzonderlijke strafbare feiten die samen worden berecht, geldt artikel 57 Sr: het hoogste maximum plus een derde, maar niet meer dan de som van de afzonderlijke maxima. Dat is hier 36 + 12 = 48 maanden, tegenover een som van 72 maanden. De eerdere veroordeling uit 2017 weegt wel mee bij de straf, maar de uitspraak biedt geen grond om de wettelijke recidiveverhoging van artikel 43a Sr toe te passen. De daarvoor vereiste termijn en overige voorwaarden zijn niet vastgesteld. Feit 3 telt niet mee, omdat het OM daarvoor niet-ontvankelijk is verklaard.

Weegt zwaarder

  • Verdachte heeft gedurende ruim 4,5 maand stelselmatig inbreuk gemaakt op de persoonlijke vrijheid en privacy van het eerste slachtoffer.
  • De impact op het eerste slachtoffer was enorm en raakte ook haar functioneren bij haar werkgever; de rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.
  • De belaging beheerste het hele leven van het slachtoffer. Haar werkgever wilde tijdelijk het contact verbreken vanwege de veiligheid van medewerkers, en zij en collega's trokken zich terug uit een zwemevenement.
  • Het tweede slachtoffer heeft zich door de bedreiging erg onveilig gevoeld.
  • De rechtbank weegt in ernstige mate mee dat verdachte in 2017 al was veroordeeld voor belaging van hetzelfde slachtoffer en toen een contactverbod had gekregen. Hij was een gewaarschuwd mens en wist dat zij geen contact wilde.

Weegt lichter

  • De rechtbank neemt het deskundigenadvies over dat de feiten verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend.
  • Tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis was verdachte, voor zover bekend, niet opnieuw in contact gekomen met de slachtoffers of met politie en justitie.
  • Volgens zijn eigen opgave beschikte verdachte over een woning, inkomen en dagbesteding en gebruikte hij geen cannabis. De reclassering schatte mede daarom het risico op herhaling als gemiddeld in.
  • De rechtbank houdt rekening met de 181 dagen die verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
  • Vanwege zijn persoonlijke omstandigheden hoeft verdachte niet opnieuw vast te zitten. De rechtbank vindt het in zijn belang en dat van de samenleving dat hij zo snel mogelijk behandeling krijgt.

De persoon

Verdachte is geboren in 1981. Deskundigen stelden vast dat tijdens de feiten sprake was van een autismespectrumstoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis, mogelijk inmiddels in remissie. Zij schatten het risico op voortzetting of herhaling van stalking als hoog in. De reclassering schatte het risico later als gemiddeld in, mede door zijn leefomstandigheden en het uitblijven van nieuwe incidenten. De rechtbank acht langdurige behandeling nodig vanwege zijn complexe problematiek.

Oriëntatiepunten rechtspraak

De rechtbank vermeldt dat zij rekening heeft gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten en straffen in vergelijkbare zaken. Zij noemt geen concreet oriëntatiepunt of bijbehorende strafmaat. Uit de uitspraak blijkt daarom niet welk cijfermatig vertrekpunt is gebruikt.

Samenvatting van de toetsing

Ver onder het wettelijk maximum. Opgelegd: 365 dagen gevangenisstraf, waarvan 184 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en aftrek van voorarrest. De 181 onvoorwaardelijke dagen zijn al uitgezeten. De maandwaarden hieronder zijn afgeronde omrekeningen met 30 dagen per maand; de straf is opgelegd in dagen. — het wettelijk maximum is 4 jaar.

Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam

De totale gevangenisstraf van 365 dagen ligt ruim onder het gezamenlijke wettelijke maximum van 48 maanden. Dat maximum is een bovengrens en geen gebruikelijke straf voor iedere combinatie van belaging en bedreiging. De rechtbank vindt gevangenisstraf nodig vanwege de grote gevolgen voor de slachtoffers en de eerdere veroordeling voor belaging van hetzelfde slachtoffer. Daartegenover staan de verminderde toerekenbaarheid, de persoonlijke omstandigheden en het belang van snelle behandeling. Daarom blijft het onvoorwaardelijke deel beperkt tot het al ondergane voorarrest, terwijl het voorwaardelijke deel, de behandeling en het langdurige contactverbod herhaling moeten voorkomen.

Broncitaten bij de drie afwegingen
Strafdoelen
Het voorwaardelijke deel dient enerzijds als stevige stok achter de deur en om verdachte te laten beseffen dat hij zich geen strafbare feiten kan veroorloven en anderzijds om de behandeling en overige geadviseerde voorwaarden mogelijk te maken.
Proportionaliteit
Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank is met de officier van justitie en raadsman wel van oordeel dat verdachte niet opnieuw vast dient komen te zitten. Hierbij heeft de rechtbank acht geslagen op de hierboven genoemde persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De weegschaal

Ver onder het wettelijk maximum
Wettelijk maximum4 jaar
Eis van het OM1 jaar
Opgelegde vrijheidsstraf6 maanden + 6.1 maanden voorw.

Opgelegd: 365 dagen gevangenisstraf, waarvan 184 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en aftrek van voorarrest. De 181 onvoorwaardelijke dagen zijn al uitgezeten. De maandwaarden hieronder zijn afgeronde omrekeningen met 30 dagen per maand; de straf is opgelegd in dagen.

Bijzondere voorwaarden: reclasseringstoezicht, behandeling, een drugsverbod behoudens toestemming van de reclassering, controles, een contactverbod met beide slachtoffers, openheid over het sociale netwerk, inzet voor vaste dagbesteding en geen buitenlandse reizen zonder toestemming. Daarnaast geldt op grond van artikel 38v Sr een zelfstandig contactverbod met beide slachtoffers voor vijf jaar. Bij overtreding daarvan volgt 14 dagen vervangende hechtenis per keer, tot maximaal zes maanden; het contactverbod blijft gelden. De bijzondere voorwaarden, het toezicht en de maatregel zijn direct uitvoerbaar, ook bij hoger beroep. Een tablet en een telefoon zijn verbeurdverklaard.

Eis OM: 12 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, een proeftijd van drie jaar en de geadviseerde bijzondere voorwaarden. Daarnaast vorderde het OM een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38z Sr voor vijf jaar, met directe uitvoerbaarheid. De rechtbank legde die maatregel niet op, maar koos voor een contactverbod op grond van artikel 38v Sr.

Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗