Rechtbank Oost-Brabant · 3 augustus 2026
200 uur taakstraf en een jaar rijontzegging voor aanrijding en doorrijden
ECLI:NL:RBOBR:2026:5553
Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗De verdachte reed in Oss door een verkeerslicht dat al ongeveer 14 seconden rood was en botste tegen een fietser. Die brak onder meer zijn sleutelbeen. De verdachte reed door en liet het slachtoffer in hulpeloze toestand achter. De rechtbank legt 200 uur taakstraf en een jaar rijontzegging op. Ook moet de verdachte in totaal € 2.603,95 aan schade vergoeden, plus wettelijke rente.
Bewezen feiten en de wet
Door zeer onvoorzichtig en onoplettend rijden een verkeersongeval veroorzaken, waardoor een fietser letsel opliep en tijdelijk zijn normale bezigheden niet kon uitvoeren. Roekeloosheid en zwaar lichamelijk letsel zijn niet bewezen.
18 maanden gevangenisstraf.
Artikel 6 in samenhang met artikel 175, eerste lid, onder b, Wegenverkeerswet 1994
Na het veroorzaken van het ongeval doorrijden, terwijl de verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat hij het gewonde slachtoffer in hulpeloze toestand achterliet.
12 maanden gevangenisstraf.
Artikel 7, eerste lid, onder c, in samenhang met artikel 176 Wegenverkeerswet 1994
Voor het veroorzaken van het ongeval met letsel geldt maximaal 18 maanden gevangenisstraf; voor het verlaten van de plaats van het ongeval maximaal 12 maanden. Bij deze afzonderlijke misdrijven geldt artikel 57 Sr: het hoogste maximum plus een derde, maar niet meer dan de som. Dat is 18 + 6 = 24 maanden, minder dan de som van 30 maanden. Er is geen verhoging wegens roekeloosheid of strafrechtelijk relevante recidive. De rechtbank noemt ook artikel 63 Sr, over berechting na een eerdere strafoplegging, maar geeft onvoldoende gegevens om de invloed daarvan op de nog beschikbare strafruimte te berekenen. De 24 maanden betreft daarom het gezamenlijke wettelijke maximum voor de twee hier bewezen feiten.
Weegt zwaarder
- De verdachte heeft de verkeersveiligheid en de veiligheid van zijn medeweggebruikers ernstig in gevaar gebracht.
- Hij heeft zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer tijdens en na het ongeval grovelijk veronachtzaamd en zich niet om het slachtoffer bekommerd.
- Het slachtoffer, een oudere man, heeft langere tijd klachten gehouden, vooral door het gebroken sleutelbeen.
- Het slachtoffer werd afhankelijker van anderen en voelde zich eenzaam doordat hij aan huis gekluisterd was.
- De verdachte heeft op geen enkel moment verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden en blijft zeggen dat hij niets van het ongeval heeft gemerkt.
Weegt lichter
Niet genoemd in de uitspraak.
De persoon
De verdachte is geboren in 1971. Hij is eerder met politie en justitie in contact gekomen wegens overtredingen van de Wegenverkeerswet. De rechtbank laat dit niet strafverzwarend meewegen, omdat geen sprake is van strafrechtelijk relevante recidive. De rechtbank noemt geen concrete persoonlijke omstandigheid die tot strafvermindering leidt.
Oriëntatiepunten rechtspraak
Voor het veroorzaken van het verkeersongeval sluit de rechtbank aan bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. Zij noemt geen concrete categorie of bijbehorende uitgangsstraf. Voor het doorrijden kijkt zij naar uitspraken in vergelijkbare zaken. Beide dienen als vertrekpunt voor de straf.
Samenvatting van de toetsing
Ver onder het wettelijk maximum. Opgelegd: 200 uur taakstraf, bij niet of niet behoorlijk uitvoeren te vervangen door 100 dagen hechtenis, en een onvoorwaardelijke rijontzegging van één jaar. — het wettelijk maximum is 2 jaar.
Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam
De rechtbank kiest voor een taakstraf en een rijontzegging, niet voor gevangenisstraf; de straf blijft daarmee ver onder het gezamenlijke gevangenisstrafmaximum van 24 maanden. Een wettelijk maximum is een bovengrens en niet de gebruikelijke straf voor ieder geval. De rechtbank sluit aan bij oriëntatiepunten en vergelijkbare uitspraken en weegt het gevaarlijke rijgedrag, het achterlaten van het slachtoffer en de langdurige gevolgen mee. Ook het ontbreken van verantwoordelijkheid werkt in het nadeel van de verdachte, terwijl eerdere verkeerszaken niet als relevante recidive meetellen. De opgelegde straf is gelijk aan de eis van het OM; een taakstraf en rijontzegging kunnen niet rechtstreeks in maanden gevangenisstraf worden omgerekend.
Broncitaten bij de drie afwegingen
- Strafdoelen
- Geen expliciet broncitaat vastgesteld; dit is geen oordeel over de straf.
- Proportionaliteit
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden, waaronder dit is begaan.
- Persoonlijke omstandigheden
In het nadeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat de verdachte op geen enkel moment verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden.
De weegschaal
Ver onder het wettelijk maximumOpgelegd: 200 uur taakstraf, bij niet of niet behoorlijk uitvoeren te vervangen door 100 dagen hechtenis, en een onvoorwaardelijke rijontzegging van één jaar.
Een jaar ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen. Toewijzing van € 1.603,95 materiële schadevergoeding en een schadevergoedingsmaatregel van in totaal € 2.603,95, inclusief € 1.000 immateriële schade, beide vermeerderd met wettelijke rente vanaf 3 oktober 2025. De materiële schade hoeft niet dubbel te worden betaald. Bij de schadevergoedingsmaatregel kan maximaal 26 dagen gijzeling worden toegepast; de betalingsplicht blijft dan bestaan.
Eis OM: 200 uur taakstraf, te vervangen door 100 dagen hechtenis als deze niet naar behoren wordt uitgevoerd, en een geheel onvoorwaardelijke rijontzegging van één jaar.
Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.
Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗