Rechtbank Noord-Nederland · 2 juni 2026
150 uur taakstraf voor aanranding van een 14-jarige jongen
ECLI:NL:RBNNE:2026:2126
Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗De rechtbank veroordeelt verdachte voor het herhaaldelijk aanraken en strelen van de knie en het bovenbeen van een 14-jarige jongen, over de kleding. De aanrakingen hadden volgens de rechtbank een seksuele strekking. Het aanraken van het geslachtsdeel is niet bewezen. Verdachte krijgt 150 uur onvoorwaardelijke taakstraf en moet het slachtoffer € 1.000 schadevergoeding betalen, met wettelijke rente.
Bewezen feiten en de wet
Aanranding van een kind van twaalf tot zestien jaar: op 11 mei 2025 meermalen over de kleding de knie en het bovenbeen van een 14-jarige jongen aanraken en/of strelen.
8 jaar gevangenisstraf (96 maanden).
Artikel 247 Wetboek van Strafrecht
Artikel 247 Sr kent voor dit feit een maximum van 8 jaar, dus 96 maanden gevangenisstraf. De rechtbank kwalificeert de herhaalde aanrakingen als één bewezenverklaard strafbaar feit en past artikel 57 Sr niet toe. Er is daarom geen verhoging wegens meerdere afzonderlijke strafbare feiten. De uitspraak vermeldt ook geen eerdere veroordeling die aanleiding geeft tot een wettelijke verhoging wegens recidive. Het totale maximum blijft 96 maanden.
Weegt zwaarder
- Verdachte heeft de 14-jarige jongen in ongeveer anderhalf uur in ieder geval 15 keer op zijn (boven)been aangeraakt en gestreeld.
- Hij heeft inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en misbruik gemaakt van diens bijzonder kwetsbare positie door een verstandelijke beperking.
- Verdachte hield geen rekening met de geestelijke ontwikkeling van het slachtoffer en diens beperkte vermogen om de gevolgen van de opgedrongen seksuele handelingen te overzien.
- De handelingen vonden plaats bij de voetbalvereniging waar het slachtoffer veel kwam en zich veilig had moeten kunnen voelen.
- Slachtoffers van zulke feiten kunnen nog lang psychische gevolgen ondervinden. Volgens de rechtbank blijkt dit ook uit de toelichting op de schadeclaim.
Weegt lichter
- Anders dan het OM acht de rechtbank het aanraken of strelen van het geslachtsdeel niet bewezen. Dit is een uitdrukkelijke reden voor een lagere straf dan geëist.
- De rechtbank betrekt het reclasseringsadvies: verdachte heeft zijn leven op de rit en kan een taakstraf uitvoeren.
- Verdachte krijgt ondersteuning van een sociaalpsychiatrisch verpleegkundige.
- Verdachte is vanwege de verdenking verhuisd en is geroyeerd door de voetbalvereniging. Dat laatste heeft volgens de rechtbank grote impact op hem.
- De gebruikte risicotests wijzen op een laag herhalingsrisico. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden, maar kon vanuit haar professionele oordeel geen risico-inschatting maken doordat verdachte zegt zich het feit niet te herinneren.
De persoon
Verdachte was ten tijde van het feit 60 jaar. Hij heeft zijn leven volgens de reclassering op de rit en is in staat een taakstraf te verrichten. Hij ontvangt ondersteuning van een sociaalpsychiatrisch verpleegkundige. Hij zegt door een black-out niets van het feit te weten. De rechtbank vindt een mogelijke tijdelijke geheugenstoornis echter geen verklaring voor zijn gedrag en geen reden om het handelen minder strafwaardig te achten. De inhoud van zijn strafblad wordt niet nader beschreven.
Oriëntatiepunten rechtspraak
De rechtbank noemt geen concreet LOVS-oriëntatiepunt of bijbehorende richtstraf. Zij verwijst wel naar straffen die in vergelijkbare gevallen zijn opgelegd.
Samenvatting van de toetsing
Ver onder het wettelijk maximum. Opgelegd: Een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van 150 uur, met 75 dagen vervangende hechtenis als de taakstraf niet naar behoren wordt uitgevoerd. — het wettelijk maximum is 8 jaar.
Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam
De taakstraf blijft ver onder het wettelijke maximum van acht jaar gevangenisstraf, al zijn werkuren en gevangenismaanden niet rechtstreeks met elkaar te vergelijken. Het wettelijke maximum geldt voor de zwaarste gevallen binnen deze delictsomschrijving. De rechtbank weegt de herhaalde aanrakingen, de kwetsbaarheid van het slachtoffer en de gevolgen voor hem zwaar mee. Zij legt toch een lagere straf op dan het OM vroeg, omdat het aanraken van het geslachtsdeel niet is bewezen en zij gevangenisstraf hier niet passend vindt. Met aandacht voor de persoonlijke omstandigheden en straffen in vergelijkbare zaken vindt de rechtbank dat 150 uur taakstraf de ernst voldoende tot uitdrukking brengt.
Broncitaten bij de drie afwegingen
- Strafdoelen
- Geen expliciet broncitaat vastgesteld; dit is geen oordeel over de straf.
- Proportionaliteit
De rechtbank is van oordeel dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.
- Persoonlijke omstandigheden
Verder houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De weegschaal
Ver onder het wettelijk maximumOpgelegd: Een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van 150 uur, met 75 dagen vervangende hechtenis als de taakstraf niet naar behoren wordt uitgevoerd.
€ 1.000 vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 11 mei 2025. Ook is een schadevergoedingsmaatregel opgelegd voor hetzelfde bedrag; dit hoeft niet dubbel te worden betaald. Bij het uitblijven van betaling en verhaal kan 10 dagen gijzeling worden toegepast. Die gijzeling laat de betalingsplicht bestaan.
Eis OM: Het OM eiste een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden.
Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.
Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗