Alle getoetste uitspraken

Getoetst op 18 oktober 2026

Voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf voor seksueel misbruik van minderjarige kleindochter

Rechtbank Noord-Nederland · 17 oktober 2025

Voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf voor seksueel misbruik van minderjarige kleindochter

ECLI:NL:RBNNE:2025:4231

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗

De rechtbank veroordeelt een 81-jarige man voor herhaald seksueel misbruik van zijn kleindochter tussen 2005 en 2011. Daarbij was sprake van seksueel binnendringen terwijl zij jonger dan twaalf jaar was en aan zijn zorg was toevertrouwd. Hij krijgt twaalf maanden geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en veertig uur taakstraf. Zijn hoge leeftijd, zijn lichamelijke en mentale toestand en de te lange procesduur wegen mee. Voor het vermeende misbruik van een andere kleindochter volgt vrijspraak wegens onvoldoende ondersteunend bewijs.

Bewezen feiten en de wet

Feit 1 primair: herhaald seksueel binnendringen bij een kleindochter jonger dan twaalf jaar, die aan de zorg en waakzaamheid van de verdachte was toevertrouwd.

Per afzonderlijk misdrijf maximaal 16 jaar gevangenisstraf (192 maanden): het basismaximum van 12 jaar wordt wegens de toevertrouwde zorgrelatie met een derde verhoogd.

Artikel 244 in samenhang met artikel 248 Sr (oude zedenwetgeving); artikel 57 Sr voor het meermalen plegen.

Artikel 244 Sr (oud) kent een basismaximum van 12 jaar, oftewel 144 maanden. De bewezenverklaarde omstandigheid dat het slachtoffer aan de zorg en waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd, maakt op grond van artikel 248 Sr (oud) een verhoging met een derde mogelijk: 144 + 48 = 192 maanden per misdrijf. Het misbruik is meermalen gepleegd en de rechtbank past artikel 57 Sr toe. Daardoor bedraagt het gezamenlijke maximum het hoogste maximum plus een derde, maar niet meer dan de som van de afzonderlijke maxima: 192 + 64 = 256 maanden, oftewel 21 jaar en 4 maanden. Bij meerdere misdrijven is die uitkomst lager dan de som van de afzonderlijke maxima. Er is geen recidiveverhoging: verdachte is niet eerder veroordeeld. Het vrijgesproken feit telt niet mee.

Weegt zwaarder

  • Verdachte heeft zijn minderjarige kleindochter seksueel misbruikt, waarbij ook sprake was van seksueel binnendringen.
  • Het misbruik gebeurde bij opa en oma thuis, waar het slachtoffer zich veilig en geborgen had moeten voelen.
  • Verdachte heeft zich laten leiden door zijn eigen seksuele lust.
  • Hij heeft ernstig inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit en haar normale en gezonde seksuele ontwikkeling verstoord.
  • Hij heeft het vertrouwen dat een kleinkind in een opa moet kunnen hebben op grove wijze beschaamd.
  • Het misbruik heeft nog steeds gevolgen voor het leven van het slachtoffer en voor de familie.

Weegt lichter

  • Verdachte is 81 jaar oud en niet eerder veroordeeld voor strafbare feiten.
  • De gebeurtenissen hebben ook grote gevolgen voor verdachte gehad: het familiecontact is grotendeels verbroken en hij is gescheiden.
  • De redelijke termijn voor behandeling van de strafzaak is met ruim zes maanden overschreden, zonder dat dit aan verdachte is toe te rekenen.
  • Verdachte had het tijdens de zitting mentaal en fysiek zwaar en leek moeite te hebben de zitting en sommige vragen te volgen.
  • Vooral de leeftijd van verdachte en de toestand waarin hij zich bevindt geven aanleiding tot een lagere straf dan het OM heeft geëist.

De persoon

Verdachte is een 81-jarige man zonder eerdere strafrechtelijke veroordelingen. Hij is gescheiden en heeft grotendeels geen contact meer met zijn familie. De rechtbank constateerde lichamelijke en mentale kwetsbaarheid tijdens de zitting. Verdachte zei zich het misbruik niet te herinneren, maar verklaarde dat hij straf verdient als het is gegaan zoals zijn kleindochter heeft verteld.

Oriëntatiepunten rechtspraak

De rechtbank noemt geen LOVS-oriëntatiepunten en vermeldt geen concreet LOVS-uitgangspunt voor de straf.

Samenvatting van de toetsing

Ver onder het wettelijk maximum. Opgelegd: Twaalf maanden gevangenisstraf, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van veertig uur. — het wettelijk maximum is 256 maanden.

Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam

De opgelegde straf ligt ver onder het wettelijke maximum, dat de bovengrens vormt en geen gebruikelijke straf voorschrijft. Het gezamenlijke maximum is bovendien verhoogd vanwege de zorgrelatie en het herhaald plegen van het misbruik. De rechtbank vindt de ernst van het misbruik op zichzelf reden voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en acht de eis van achttien maanden in beginsel passend. Toch kiest zij voor een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf, vooral vanwege de hoge leeftijd en de lichamelijke en mentale toestand van verdachte. Ook zijn blanco strafblad, de gevolgen voor zijn persoonlijke leven en de overschrijding van de redelijke termijn wegen mee.

Broncitaten bij de drie afwegingen
Strafdoelen
Geen expliciet broncitaat vastgesteld; dit is geen oordeel over de straf.
Proportionaliteit
De ernst van het misbruik rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Persoonlijke omstandigheden
Hoewel de rechtbank de eis van de officier van justitie in beginsel passend acht bij de ernst van het misbruik, komt de rechtbank tot een lagere straf dan is geëist, nu zij van oordeel is dat met deze straf, in dit geval en met name gelet op de leeftijd en de toestand waarin verdachte zich nu bevindt, op de juiste wijze recht wordt gedaan aan het bewezen verklaarde.

De weegschaal

Ver onder het wettelijk maximum
Wettelijk maximum256 maanden
Eis van het OM18 maanden
Opgelegde vrijheidsstraf0 dagen + 1 jaar voorw.

Opgelegd: Twaalf maanden gevangenisstraf, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van veertig uur.

Bij het niet naar behoren uitvoeren van de taakstraf geldt twintig dagen vervangende hechtenis. Daarnaast moet verdachte € 8.055,12 schadevergoeding betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 25 mei 2011. Hiervoor is ook een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Bij uitblijven van betaling en verhaal kan maximaal 75 dagen gijzeling worden toegepast; de betalingsplicht blijft dan bestaan.

Eis OM: Achttien maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor feit 1 primair. Het OM vroeg vrijspraak voor feit 2.

Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗