Alle getoetste uitspraken

Getoetst op 18 oktober 2026

Mensenhandel met een minderjarige en vervaardigen en bezitten van kinderporno

Rechtbank Midden-Nederland · 2 juli 2026

Mensenhandel met een minderjarige en vervaardigen en bezitten van kinderporno

ECLI:NL:RBMNE:2026:3862

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗

De rechtbank veroordeelt de verdachte voor mensenhandel met een 17-jarig meisje en voor het samen vervaardigen en bezitten van kinderporno. De verdachte en zijn mededaders wilden haar in de prostitutie laten werken en daaraan verdienen. Er zijn geen prostitutiewerkzaamheden uitgevoerd. De straf is 180 dagen gevangenisstraf, waarvan 179 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, en 360 uur taakstraf. Vooral de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden leiden tot deze straf in plaats van een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Bewezen feiten en de wet

Samen met anderen een minderjarig meisje werven, huisvesten en opnemen met het doel haar seksueel uit te buiten, van 21 tot en met 25 april 2023.

15 jaar gevangenisstraf (180 maanden). Het verhoogde maximum geldt omdat het feit door twee of meer verenigde personen is gepleegd en het slachtoffer minderjarig was.

Artikel 273f lid 1 onder 2° en lid 3 Sr, zoals van toepassing op de feiten uit 2023.

Samen met anderen seksueel beeldmateriaal van het minderjarige slachtoffer vervaardigen en in bezit hebben.

4 jaar gevangenisstraf (48 maanden). Er is geen beroep of gewoonte van deze feiten bewezenverklaard.

Artikel 240b lid 1 (oud) Sr, in samenhang met artikel 47 Sr.

De rechtbank past meerdaadse samenloop toe: het gaat om afzonderlijke strafbare feiten. Volgens artikel 57 Sr is het gezamenlijke maximum het hoogste maximum plus een derde, maar niet meer dan de som van de afzonderlijke maxima. Het hoogste maximum is 180 maanden; vermeerderd met een derde is dat 240 maanden. De som is 180 + 48 = 228 maanden. Daarom bedraagt het gezamenlijke wettelijke maximum voor deze feiten 228 maanden, oftewel 19 jaar. De minderjarigheid en het gezamenlijk plegen leiden bij feit 1 tot één verhoogd maximum van 15 jaar, niet tot twee opeenvolgende verhogingen. Er blijkt geen grond voor een wettelijke recidiveverhoging. De rechtbank noemt ook artikel 63 Sr, maar geeft geen gegevens over de eerdere veroordeling waarmee rekening moet worden gehouden. Een eventuele verdere beperking door die bepaling kan daarom niet worden berekend.

Weegt zwaarder

  • Mensenhandel is een zeer ernstig strafbaar feit en maakt een grote inbreuk op de lichamelijke en geestelijke integriteit van slachtoffers.
  • Het ging om een jong en kwetsbaar slachtoffer.
  • De verdachte en zijn mededaders wilden het slachtoffer als prostituee aanbieden om daar zelf geld aan te verdienen.
  • Zij hebben ook kinderpornografische beelden van het slachtoffer vervaardigd en in bezit gehad.
  • De feiten hebben een enorme impact gehad: haar gevoel van veiligheid, vertrouwen in anderen, toekomstbeeld en eigenwaarde zijn ernstig beschadigd. Zij voelt de gevolgen nog steeds.

Weegt lichter

  • De verdachte is niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten veroordeeld.
  • De rechtbank houdt rekening met zijn jonge leeftijd.
  • De verdachte lijkt zijn leven inmiddels op orde te hebben.
  • De redelijke termijn is met ruim een jaar overschreden, zonder omstandigheden die deze vertraging rechtvaardigen. Dit is de belangrijkste reden om af te wijken van een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
  • Bij het gekozen LOVS-oriëntatiepunt houdt de rechtbank rekening met de korte periode en het feit dat geen prostitutiewerkzaamheden zijn uitgevoerd.

De persoon

De verdachte is geboren in 1999 en was tijdens de feiten ongeveer 23 of 24 jaar. Hij heeft volgens zijn verklaring in de afgelopen drie jaar positieve stappen gezet: hij heeft een eigen woning, is verloofd, gaat in september trouwen en werkt als begeleider in de zorg. De rechtbank betrekt zijn jonge leeftijd en zijn inmiddels stabielere leven bij de strafkeuze.

Oriëntatiepunten rechtspraak

De rechtbank noemt de LOVS-oriëntatiepunten. Voor seksuele uitbuiting van een minderjarige gedurende een periode als hier, zonder uitgevoerde prostitutiewerkzaamheden, noemt zij zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Ook voor het vervaardigen en bezitten van kinderporno noemt zij gevangenisstraf als uitgangspunt, zonder daarbij een concrete duur te vermelden.

Samenvatting van de toetsing

Ver onder het wettelijk maximum. Opgelegd: 180 dagen gevangenisstraf, waarvan 179 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, en 360 uur taakstraf. Het onvoorwaardelijke deel is één dag. De maandwaarden zijn benaderingen, berekend met 30 dagen per maand. — het wettelijk maximum is 19 jaar.

Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam

De opgelegde gevangenisstraf ligt ver onder het gezamenlijke wettelijke maximum van 19 jaar, dat de bovengrens vormt voor veel uiteenlopende gevallen binnen deze strafbepalingen. De rechtbank neemt als concreter uitgangspunt het LOVS-oriëntatiepunt van zes maanden gevangenisstraf voor mensenhandel in een korte periode zonder uitgevoerde prostitutiewerkzaamheden. Vanwege de ernst en de blijvende gevolgen voor het slachtoffer vindt zij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf uit het oogpunt van vergelding in beginsel passend. Vooral de onverklaarde vertraging van ruim een jaar boven de redelijke termijn, samen met de jonge leeftijd en het inmiddels stabielere leven van de verdachte, leidt tot een andere strafkeuze. Daarom legt zij slechts één dag onvoorwaardelijke gevangenisstraf op, naast 179 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 360 uur; de totale straf bestaat dus uit meer dan alleen het direct uit te zitten deel.

Broncitaten bij de drie afwegingen
Strafdoelen
Gelet op de ernst van het feit is uit oogpunt van vergelding in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden.
Proportionaliteit
Bij het bepalen van de hoogte heeft de rechtbank voor ogen gehouden dat de duur van de taakstraf en de daaraan verbonden vervangende hechtenis in een redelijke verhouding staat tot (onder meer) de ernst van de betreffende feiten
Persoonlijke omstandigheden
Dit heeft (deels) te maken met de jonge leeftijd van de verdachte en het feit dat hij zijn leven nu op orde lijkt te hebben.

De weegschaal

Ver onder het wettelijk maximum
Wettelijk maximum19 jaar
Eis van het OM6 maanden
Opgelegde vrijheidsstraf1 dagen + 6 maanden voorw.

Opgelegd: 180 dagen gevangenisstraf, waarvan 179 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, en 360 uur taakstraf. Het onvoorwaardelijke deel is één dag. De maandwaarden zijn benaderingen, berekend met 30 dagen per maand.

Algemene voorwaarde: tijdens de proeftijd geen nieuw strafbaar feit plegen. Bij het niet naar behoren uitvoeren van de taakstraf geldt 180 dagen vervangende hechtenis. De verdachte moet daarnaast € 5.000 schadevergoeding betalen, met wettelijke rente vanaf 25 april 2023. Hij is daarvoor samen met zijn mededaders aansprakelijk; hetzelfde bedrag hoeft niet dubbel te worden betaald. Er is een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, met maximaal 50 dagen gijzeling bij niet-betaling. Die gijzeling heft de betalingsplicht niet op. De in beslag genomen telefoon wordt teruggegeven.

Eis OM: De officier van justitie eiste zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗