Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht · 2 september 2026
40 maanden cel, waarvan 10 voorwaardelijk, voor bankhelpdeskfraude als chauffeur
ECLI:NL:RBLIM:2026:9390
Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗De rechtbank veroordeelt de verdachte voor het samen plegen van oplichting, diefstal met frauduleus verkregen bankpassen en een poging tot oplichting. Hij vervoerde mededaders, ontving de buit, betaalde mededaders uit en stelde soms zijn auto beschikbaar. Hij krijgt 40 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en begeleiding door de reclassering. Hij wordt vrijgesproken van uitbuiting van een minderjarige en van betrokkenheid bij vijf fraud zaken. De bewezenverklaring noemt 14 oplichtingen en 13 diefstallen; de strafmotivering noemt afwijkend 13 oplichtingen en 12 diefstallen.
Bewezen feiten en de wet
Feit 1: samen met anderen oplichting plegen via bankhelpdeskfraude, meermalen gepleegd. De bewezenverklaring noemt 14 slachtoffers.
48 maanden gevangenisstraf per oplichting.
Artikel 326 lid 1 in samenhang met artikel 47 Sr.
Feit 2: diefstal door twee of meer personen met een valse sleutel, meermalen gepleegd. Met frauduleus verkregen bankpassen en pincodes werd geld opgenomen of betaald. De bewezenverklaring noemt 13 slachtoffers.
72 maanden gevangenisstraf per diefstal. De combinatie van samen plegen en een valse sleutel leidt hier niet tot het maximum van 108 maanden uit artikel 311 lid 2 Sr; daarvoor is ook de daar bedoelde nachtelijke woningdiefstal vereist.
Artikel 311 lid 1, onder 4° en 5°, Sr.
Feit 3: samen met anderen proberen een slachtoffer via bankhelpdeskfraude bankpassen, creditcards en pincodes afhandig te maken.
32 maanden gevangenisstraf: bij een poging wordt het maximum van 48 maanden met een derde verminderd.
Artikel 326 lid 1 in samenhang met artikelen 45 en 47 Sr.
Voor de hier bewezenverklaarde feiten is het hoogste afzonderlijke maximum 72 maanden. Volgens artikel 57 Sr is het gezamenlijke maximum het hoogste maximum plus een derde, maar nooit meer dan de som van de afzonderlijke maxima. Dat geeft 72 + 24 = 96 maanden. De som is ruimschoots hoger: op basis van de bewezenverklaring 14 × 48 + 13 × 72 + 32 = 1.640 maanden. Eerdere veroordelingen wegen mee bij de straf, maar een wettelijke maximumverhoging wegens recidive volgens artikel 43a Sr blijkt niet te zijn toegepast; daarvoor bevat de uitspraak ook onvoldoende concrete gegevens. Daarom is geen recidiveverhoging berekend. De rechtbank noemt daarnaast artikel 63 Sr, over feiten die vóór een eerdere strafoplegging zijn gepleegd. Gegevens over die eerdere strafoplegging ontbreken, zodat een eventuele verdere beperking daardoor niet kan worden berekend. De 96 maanden zijn dus het gezamenlijke wettelijke maximum voor deze feiten, vóór een eventuele beperking door artikel 63 Sr.
Weegt zwaarder
- De verdachte maakte samen met anderen op doortrapte en slinkse wijze geld en goederen afhandig van meerdere kwetsbare slachtoffers op leeftijd.
- De feiten veroorzaakten financiële schade, overlast en gevoelens van onmacht, schaamte en onveiligheid.
- Het vertrouwen in financiële instanties, de politie en hulp van derden is ernstig misbruikt. Juist oudere slachtoffers zijn vaak op die hulp aangewezen.
- De verdachte en zijn mededaders waren uit op snel en makkelijk geld verdienen, zonder oog voor de belangen van de slachtoffers.
- De rol van de verdachte was aanzienlijk en onmisbaar, ook al belde hij de slachtoffers niet zelf.
- De verdachte is eerder veroordeeld voor vermogensdelicten. Eerdere gevangenisstraffen en reclasseringstoezicht hebben hem niet tegengehouden.
- Hij pleegde de feiten tijdens een voorwaardelijke invrijheidstelling, terwijl hij met een enkelband onder toezicht stond. De rechtbank rekent hem die brutaliteit sterk aan.
Weegt lichter
Niet genoemd in de uitspraak.
De persoon
De verdachte is geboren in 1999 en heeft eerdere veroordelingen voor vermogensdelicten. Tijdens de feiten liep hij in een voorwaardelijke invrijheidstelling van 480 dagen en droeg hij een enkelband. De reclassering schat het risico op herhaling gemiddeld tot hoog. Hij lijkt zich volwassener op te stellen en aan een positieve toekomst te willen werken, maar het is onduidelijk of zijn uitspraken oprecht zijn. Begeleiding en onderzoek naar psychische problematiek worden nodig geacht. De rechtbank benoemt geen uitdrukkelijke strafverminderende persoonlijke omstandigheid.
Oriëntatiepunten rechtspraak
De rechtbank noemt geen concrete LOVS-oriëntatiepunten. Zij houdt wel rekening met straffen in soortgelijke strafzaken. De algemene LOVS-oriëntatiepunten voor fraude zijn relevant, maar zonder een vastgesteld totaal benadelingsbedrag kan uit deze tekst geen passende bedragscategorie worden gekozen.
Samenvatting van de toetsing
Onder het wettelijk maximum. Opgelegd: 40 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en aftrek van het voorarrest. — het wettelijk maximum is 8 jaar.
Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam
De totale straf van 40 maanden ligt onder het berekende gezamenlijke maximum van 96 maanden, met het genoemde voorbehoud over artikel 63 Sr. Een wettelijk maximum is een bovengrens en geen standaardstraf; de rechtbank kijkt naar de concrete feiten, vergelijkbare zaken en de persoon van de verdachte. De vele kwetsbare slachtoffers, de gevolgen voor hun vertrouwen en de eerdere veroordelingen wegen zwaar. De rechtbank maakt 10 maanden voorwaardelijk om herhaling te voorkomen en koppelt daaraan toezicht en mogelijke behandeling. De eis van het OM berustte op meer feiten, waaronder uitbuiting, waarvoor de rechtbank geen bewezenverklaring heeft uitgesproken.
Broncitaten bij de drie afwegingen
- Strafdoelen
De rechtbank zal ook een voorwaardelijk deel opleggen op als stok achter de deur om te voorkomen dat verdachte nogmaals zal recidiveren.
- Proportionaliteit
Gelet hierop, in combinatie met de ernst van de feiten, kan niet anders worden gereageerd dan met een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
- Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank weegt in strafverzwarende zin mee dat de verdachte eerder is veroordeeld voor onder andere voor vermogensdelicten.
De weegschaal
Onder het wettelijk maximumOpgelegd: 40 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en aftrek van het voorarrest.
Meldplicht, reclasseringstoezicht en medewerking aan een intake en eventuele ambulante behandeling. Schadevergoeding en schadevergoedingsmaatregelen voor in totaal € 6.948,33, vermeerderd met wettelijke rente; twee bedragen zijn hoofdelijk verschuldigd, zodat betaling door een mededader de betalingsplicht vermindert. Verbeurdverklaring van € 3.870: de verdachte raakt dit geld kwijt aan de Staat. Geen contact- of locatieverbod.
Eis OM: Het OM eiste zes jaar gevangenisstraf met aftrek van het voorarrest. Deze eis ging uit van bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten, waaronder uitbuiting van de minderjarige en de zaken waarvan de verdachte deels is vrijgesproken.
Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.
Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗