Alle getoetste uitspraken

Getoetst op 19 oktober 2026

15 maanden gevangenisstraf voor diefstal van ruim € 373.000 van schoonvader

Rechtbank Gelderland · 6 februari 2026

15 maanden gevangenisstraf voor diefstal van ruim € 373.000 van schoonvader

ECLI:NL:RBGEL:2026:912

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗

De rechtbank veroordeelt een man voor het herhaaldelijk stelen van geld van zijn schoonvader via internetbankieren. In ruim een jaar maakte hij zonder toestemming met 59 overboekingen in totaal € 373.837,30 over naar een rekening op zijn naam en die van zijn echtgenote. Hij krijgt 15 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf en moet het gestolen bedrag met wettelijke rente terugbetalen. De betrokkenheid van zijn echtgenote is niet bewezen. Het verzoek om smartengeld is onvoldoende onderbouwd en wordt daarom niet inhoudelijk toegewezen of afgewezen.

Bewezen feiten en de wet

Diefstal met een valse sleutel, meermalen gepleegd: zonder toestemming via internetbankieren € 373.837,30 van de rekening van zijn schoonvader overboeken. Het onbevoegde gebruik van de toegang tot internetbankieren geldt hier als een valse sleutel.

6 jaar gevangenisstraf (72 maanden) per diefstal met een valse sleutel.

Artikel 311 lid 1 onder 5° Wetboek van Strafrecht; artikel 57 Wetboek van Strafrecht voor de samenloop van meerdere diefstallen.

De bewezenverklaring is gekwalificeerd als diefstal met een valse sleutel, meermalen gepleegd. Per diefstal geldt maximaal 72 maanden gevangenisstraf. Bij meerdere afzonderlijke diefstallen bepaalt artikel 57 Sr dat het gezamenlijke maximum het hoogste maximum plus een derde is, maar niet meer dan de som van de afzonderlijke maxima. Hier is dat 72 + 24 = 96 maanden. De som van de maxima voor de herhaalde diefstallen ligt daarboven. Artikel 57 Sr ontbreekt in de opsomming van toegepaste wetsartikelen, maar is voor deze berekening van het gezamenlijke wettelijke maximum relevant. Er geldt geen verhoging wegens recidive: de rechtbank vermeldt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

Weegt zwaarder

  • Verdachte heeft gedurende ruim één jaar telkens opnieuw grote geldbedragen van zijn schoonvader gestolen.
  • Het gaat om een zeer groot totaalbedrag van bijna € 380.000.
  • Verdachte heeft alleen oog gehad voor eigen geldelijk gewin en zich niets aangetrokken van de belangen van de benadeelde, die de opbrengst van zijn verkochte woning zag verdwijnen.
  • Verdachte heeft geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen.
  • Daardoor is ook zijn echtgenote als mederekeninghouder als verdachte aangemerkt en heeft hij haar vertrouwen ernstig geschaad.

Weegt lichter

  • Verdachte is niet eerder veroordeeld voor strafbare feiten.

De persoon

Verdachte is geboren in 1971 en heeft volgens het vonnis geen vaste woon- of verblijfplaats. Hij is niet eerder veroordeeld. Volgens de rechtbank ontstaat uit het dossier het beeld dat hij het geld gebruikte om in een gokverslaving te voorzien, waarbij de rechtbank ook het beleggen in aandelen noemt. De rechtbank benoemt dit niet als strafverminderende omstandigheid. De zaak is behandeld zonder dat verdachte aanwezig was.

Oriëntatiepunten rechtspraak

De rechtbank noemt geen concrete LOVS-oriëntatiepunten. Zij verwijst wel naar de straffen die doorgaans in vergelijkbare zaken worden opgelegd.

Samenvatting van de toetsing

Ver onder het wettelijk maximum. Opgelegd: 15 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. — het wettelijk maximum is 8 jaar.

Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam

De opgelegde 15 maanden liggen ver onder het gezamenlijke wettelijke maximum van 96 maanden. Dat maximum is een bovengrens voor de zwaarste gevallen en is geen standaardstraf. De rechtbank vindt een gevangenisstraf nodig vanwege het hoge bedrag, de lange periode en de straffen in vergelijkbare zaken. Ook neemt zij verdachte kwalijk dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen en het vertrouwen van zijn echtgenote ernstig heeft geschaad. Daartegenover houdt zij rekening met het feit dat hij niet eerder is veroordeeld. De straf is gelijk aan de eis van het OM.

Broncitaten bij de drie afwegingen
Strafdoelen
Geen expliciet broncitaat vastgesteld; dit is geen oordeel over de straf.
Proportionaliteit
Gelet op de hoogte van het weggenomen geldbedrag, de pleegperiode en de straffen die doorgaans in vergelijkbare zaken worden opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden.
Persoonlijke omstandigheden
Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op zijn strafblad waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

De weegschaal

Ver onder het wettelijk maximum
Wettelijk maximum8 jaar
Eis van het OM15 maanden
Opgelegde vrijheidsstraf15 maanden

Opgelegd: 15 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Betaling van € 373.837,30 schadevergoeding aan de benadeelde partij, met wettelijke rente vanaf 22 mei 2023. De rechtbank kondigt in de motivering ook een schadevergoedingsmaatregel op grond van artikel 36f Sr aan, maar deze staat niet afzonderlijk in de weergegeven eindbeslissing. De benadeelde partij is voor het overige, waaronder € 50.000 smartengeld, niet-ontvankelijk verklaard.

Eis OM: 15 maanden gevangenisstraf. Daarnaast vroeg het OM om toewijzing van € 373.837,30 schadevergoeding met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗