Alle getoetste uitspraken

Getoetst op 19 oktober 2026

Acht weken gevangenisstraf, waarvan twee voorwaardelijk, voor online handelsfraude met 24 slachtoffers

Rechtbank Gelderland · 19 maart 2026

Acht weken gevangenisstraf, waarvan twee voorwaardelijk, voor online handelsfraude met 24 slachtoffers

ECLI:NL:RBGEL:2026:3064

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗

De rechtbank veroordeelt verdachte voor het gewoonte maken van online handelsfraude via Marktplaats en Facebook. Tussen maart 2021 en augustus 2022 betaalden 24 slachtoffers voor goederen die hij niet leverde. Hij krijgt acht weken gevangenisstraf, waarvan twee weken voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. De rechtbank verlaagt de straf wegens de te lange duur van de procedure. Daarnaast moet verdachte aan dertien slachtoffers schadevergoeding betalen.

Bewezen feiten en de wet

Een gewoonte maken van online verkopen zonder de bedoeling de betaalde goederen te leveren, met 24 slachtoffers tussen 23 maart 2021 en 18 augustus 2022.

Vier jaar gevangenisstraf (48 maanden) of een geldboete van de vijfde categorie.

Artikel 326e Wetboek van Strafrecht

De 24 transacties zijn samen bewezenverklaard als één gewoontefeit onder artikel 326e Sr. Het maximum daarvoor is 4 × 12 = 48 maanden. Er zijn dus niet 24 afzonderlijke strafmaxima en artikel 57 Sr geeft voor deze bewezenverklaring geen verhoging met een derde. Een wettelijke verhoging wegens recidive is niet vastgesteld; eerdere veroordelingen alleen zijn daarvoor onvoldoende. De rechtbank past wel artikel 63 Sr toe, omdat verdachte na het plegen van dit feit ook voor andere feiten is veroordeeld. De gegevens over die eerdere straffen ontbreken, zodat een eventuele verdere beperking van de beschikbare strafruimte niet kan worden berekend. De 48 maanden zijn daarom het wettelijke maximum voor het hier bewezenverklaarde feit, vóór een eventuele beperking door artikel 63 Sr.

Weegt zwaarder

  • Verdachte heeft gedurende een lange periode 24 slachtoffers gemaakt.
  • Zijn handelen geeft blijk van een planmatige aanpak; hij benaderde ook actief mensen die een bepaald product zochten.
  • Slachtoffers hebben betaald zonder hun goederen te ontvangen. Ook is hun vertrouwen in online verkoopplatformen geschaad en is nadeel toegebracht aan het handelsverkeer.
  • Verdachte probeerde zich op een gemakkelijke manier te bevoordelen zonder zich om anderen te bekommeren.
  • Verdachte heeft geen inzicht gegeven in zijn handelen en geen verantwoordelijkheid genomen. Hij probeerde volgens de rechtbank op ongeloofwaardige wijze de schuld op een ander af te schuiven.
  • Drie eerdere taakstraffen stonden nog open, waarvan één was teruggestuurd wegens problemen met de uitvoering. Daarom vindt de rechtbank een nieuwe taakstraf niet passend.
  • Eerder toezicht met uitgebreide voorwaarden is beëindigd. Volgens de rechtbank wil verdachte geen hulp voor zijn problemen; dit weegt mee bij de keuze voor deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Weegt lichter

  • De redelijke termijn is met ongeveer één jaar en vier maanden overschreden. De rechtbank verlaagt daarom de straf.

De persoon

Verdachte is geboren in 1994. Hij is eerder veroordeeld, maar niet voor soortgelijke feiten. Volgens de besproken reclasseringsrapporten heeft hij een licht verstandelijke beperking, ADHD en PTSS. Verder spelen problemen met huisvesting, financiën, zijn sociale netwerk, middelengebruik en dagbesteding. Behandelingen waren onvoldoende succesvol en hij verliet tweemaal voortijdig een kliniek. De reclassering schat de kans op nieuwe strafbare feiten hoog in. De rechtbank verbindt aan deze problematiek geen expliciete strafvermindering.

Oriëntatiepunten rechtspraak

De rechtbank verwijst naar de LOVS-oriëntatiepunten: richtlijnen die weergeven welke straffen rechters voor vergelijkbare feiten doorgaans opleggen. Zij noemt geen specifieke fraudecategorie, bedragengrens of bijbehorende straf. Daardoor is niet vast te stellen welk concreet uitgangspunt zij heeft gebruikt.

Samenvatting van de toetsing

Ver onder het wettelijk maximum. Opgelegd: Acht weken gevangenisstraf, waarvan zes weken onvoorwaardelijk en twee weken voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. De maandwaarden zijn omgerekend met 30 dagen per maand en afgerond. — het wettelijk maximum is 4 jaar.

Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam

De opgelegde acht weken gevangenisstraf liggen ver onder het wettelijke maximum van vier jaar voor dit gewoontefeit. Dat maximum is een bovengrens voor de zwaarste gevallen en geen standaardstraf voor iedere zaak. De rechtbank vindt een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf nodig vanwege de lange periode, de 24 slachtoffers en het uitblijven van verantwoordelijkheid. Zij kiest niet voor de gevraagde taakstraf, omdat eerdere taakstraffen nog openstaan en eerder toezicht is mislukt. De te lange duur van de procedure leidt tot strafvermindering, terwijl het voorwaardelijke deel bedoeld is om nieuwe strafbare feiten te voorkomen.

Broncitaten bij de drie afwegingen
Strafdoelen
Om verdachte ervan te weerhouden om wederom tot strafbaar handelen over te gaan, zal de rechtbank een deel van de straf voorwaardelijk opleggen.
Proportionaliteit
Wegens de ernst van het feit, met name aangezien sprake is van een lange periode waarin verdachte 24 slachtoffers heeft gemaakt, acht de rechtbank een forse straf op zijn plaats.
Persoonlijke omstandigheden
Verdachte wil geen hulp voor zijn problemen. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om een andere straf op te leggen dan een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De weegschaal

Ver onder het wettelijk maximum
Wettelijk maximum4 jaar
Eis van het OM3 maanden
Opgelegde vrijheidsstraf1.4 maanden + 14 dagen voorw.

Opgelegd: Acht weken gevangenisstraf, waarvan zes weken onvoorwaardelijk en twee weken voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. De maandwaarden zijn omgerekend met 30 dagen per maand en afgerond.

Schadevergoeding aan dertien slachtoffers van in totaal €854,25, vermeerderd met wettelijke rente. Ook is een schadevergoedingsmaatregel opgelegd: betaling verloopt via de Staat. Per slachtoffer kan bij niet-betaling één dag gijzeling worden toegepast; de betalingsplicht blijft bestaan. Er zijn geen bijzondere voorwaarden opgelegd.

Eis OM: Een taakstraf van 180 uur, bij niet-uitvoering te vervangen door 90 dagen hechtenis, en drie maanden geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar.

Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗