Alle getoetste uitspraken

Getoetst op 18 oktober 2026

30 maanden cel voor vervoer van designerdrug, poging tot doodslag en zeer gevaarlijk rijden

Rechtbank Den Haag · 3 augustus 2026

30 maanden cel voor vervoer van designerdrug, poging tot doodslag en zeer gevaarlijk rijden

ECLI:NL:RBDHA:2026:21412

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗

De verdachte vervoerde in Gouda ruim een kilo van de designerdrug N-ethylpentedron (NEP). Tijdens zijn vlucht voor de politie reed hij zeer gevaarlijk en met hoge snelheid op een verkeersregelaar af. Zij kon een aanrijding voorkomen door opzij te springen. De rechtbank legt 30 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf op. Daarnaast moet de verdachte een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 3 maanden alsnog uitzitten en € 3.919,58 schadevergoeding betalen, plus wettelijke rente.

Bewezen feiten en de wet

Opzettelijk vervoeren van N-ethylpentedron (NEP), een stof die valt onder lijst IA van de Opiumwet.

6 jaar gevangenisstraf (72 maanden).

Artikel 2a, eerste lid, onder B, in samenhang met artikel 10b Opiumwet.

Poging tot doodslag door met hoge snelheid op een verkeersregelaar af te rijden en niet tijdig te stoppen.

16 jaar en 8 maanden gevangenisstraf (200 maanden). Het maximum voor doodslag is 25 jaar; bij een poging wordt dit met een derde verminderd.

Artikel 287 in samenhang met artikel 45 Wetboek van Strafrecht.

Opzettelijk ernstig schenden van verkeersregels, waardoor levensgevaar voor anderen te vrezen was, onder meer door stoptekens te negeren, door rood te rijden en met te hoge snelheid langs wegwerkzaamheden te rijden.

2 jaar gevangenisstraf (24 maanden).

Artikel 5a in samenhang met artikel 176 Wegenverkeerswet 1994.

Voor de drie bewezenverklaarde feiten geldt artikel 57 Sr: het gezamenlijke maximum is het hoogste afzonderlijke maximum plus een derde, maar niet meer dan de som van de afzonderlijke maxima. Het hoogste maximum is 200 maanden voor poging tot doodslag. Verhoging met een derde geeft 266⅔ maanden. De som van de maxima is 72 + 200 + 24 = 296 maanden, zodat 266⅔ maanden de bovengrens is. De eerdere veroordeling weegt strafverzwarend mee, maar de uitspraak stelt geen wettelijke maximumverhoging wegens recidive vast; daarom is die niet toegepast in deze berekening. De rechtbank noemt ook artikel 63 Sr, maar geeft onvoldoende informatie over eventuele daarvoor relevante eerdere straffen om een verdere beperking te berekenen. De alsnog uit te zitten 3 maanden uit de eerdere zaak zijn geen straf voor de nieuwe feiten en worden niet bij hun wettelijke maximum opgeteld.

Weegt zwaarder

  • Het vervoeren van ruim een kilo drugs heeft bijgedragen aan de instandhouding van het criminele drugscircuit; drugs schaden de volksgezondheid en gaan vaak samen met andere criminaliteit.
  • De verdachte reed met hoge snelheid in op een verkeersregelaar die nietsvermoedend aan het werk was. Zij voorkwam ternauwernood dat zij dodelijk werd getroffen.
  • Tijdens de vlucht voor de politie veroorzaakte hij zeer gevaarlijke situaties op een druk kruispunt, in een smalle woonstraat en op een onoverzichtelijke weg.
  • Andere weggebruikers moesten stoppen of wegspringen om een aanrijding te voorkomen. De politie overwoog vanwege het gevaar de achtervolging af te breken.
  • De verdachte gebruikte zijn voertuig als wapen en liet zijn belang om aan aanhouding te ontkomen voorgaan boven het fysieke welzijn van anderen.
  • Dergelijke feiten brengen gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving mee.
  • De verdachte was in de afgelopen vijf jaar al veroordeeld voor een Opiumwetfeit en liep nog in de proeftijd.
  • Eerdere voorwaardelijke straffen, reclasseringstoezicht en hulp bij beperkte vaardigheden hebben nieuwe ernstige strafbare feiten niet voorkomen.
  • De verdachte nam op de zitting weinig verantwoordelijkheid en leek de ernst van zijn handelen nog steeds niet goed in te zien.

Weegt lichter

Niet genoemd in de uitspraak.

De persoon

De verdachte is geboren in 1994. Volgens de reclassering heeft hij problemen met financiën, zijn sociale netwerk en beïnvloedbaarheid, en ontbreekt een structurele dagbesteding. Zijn probleemoplossende of cognitieve vaardigheden zijn beperkt. De reclassering schat de kans op herhaling hoog in en ziet een patroon van gewelds- en vermogensdelicten. De rechtbank ziet geen meerwaarde in opnieuw reclasseringstoezicht, omdat eerdere begeleiding onvoldoende resultaat had. Hij heeft geen rijbewijs.

Oriëntatiepunten rechtspraak

De rechtbank noemt geen LOVS-oriëntatiepunten en koppelt de straf niet aan een concreet oriëntatiepunt.

Samenvatting van de toetsing

Ver onder het wettelijk maximum. Opgelegd: 30 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Daarnaast tenuitvoerlegging van 3 maanden eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf: samen 33 maanden, vóór aftrek van voorarrest. — het wettelijk maximum is 266.7 maanden.

Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam

De gevangenisstraf van 30 maanden ligt ver onder het berekende wettelijke maximum van 266⅔ maanden voor de drie feiten samen. Dat maximum is een wettelijke bovengrens en geen gebruikelijke straf voor iedere zaak. De rechtbank benadrukt hier het levensgevaar, de hoeveelheid drugs en het feit dat de verdachte opnieuw strafbare feiten pleegde tijdens een proeftijd. Omdat eerdere voorwaardelijke straffen en begeleiding onvoldoende hadden geholpen en de verdachte weinig verantwoordelijkheid nam, maakt zij de volledige straf onvoorwaardelijk. Daarmee wijkt zij af van de eis van het OM, dat 10 van de 30 maanden voorwaardelijk wilde opleggen; concrete strafverminderende omstandigheden noemt de rechtbank niet.

Broncitaten bij de drie afwegingen
Strafdoelen
Geen expliciet broncitaat vastgesteld; dit is geen oordeel over de straf.
Proportionaliteit
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank ziet, anders dan door de reclassering is geadviseerd, geen aanleiding tot de oplegging van een voorwaardelijk strafdeel, nu de verdachte in het verleden meermaals voorwaardelijke straffen met reclasseringstoezicht heeft gehad, maar zich desondanks weer schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ernstige strafbare feiten.

De weegschaal

Ver onder het wettelijk maximum
Wettelijk maximum266.7 maanden
Eis van het OM30 maanden
Opgelegde vrijheidsstraf30 maanden

Opgelegd: 30 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Daarnaast tenuitvoerlegging van 3 maanden eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf: samen 33 maanden, vóór aftrek van voorarrest.

Tenuitvoerlegging van 3 maanden gevangenisstraf uit de eerdere zaak. Schadevergoeding en schadevergoedingsmaatregel van € 3.919,58, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 3 februari 2026. Bij niet betalen of niet kunnen verhalen kan 39 dagen gijzeling volgen; de betalingsplicht blijft bestaan. Geen ontzegging van de rijbevoegdheid.

Eis OM: 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Gevraagde bijzondere voorwaarden: meldplicht, ambulante behandeling, dagbesteding en ambulante begeleiding. Daarnaast 18 maanden ontzegging van de rijbevoegdheid, volledige toewijzing van de schadeclaim met schadevergoedingsmaatregel en tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde 3 maanden gevangenisstraf.

Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗