Rechtbank Den Haag · 1 juli 2026
Twaalf jaar gevangenisstraf voor poging tot moord op vijftienjarige
ECLI:NL:RBDHA:2026:17743
Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗De rechtbank veroordeelt de verdachte voor poging tot moord. Hij stak op 19 mei 2025 in Rijswijk een vijftienjarige jongen meerdere keren met een mes in de rug en zij. Hij had het slachtoffer eerder gezocht en handelde volgens een vooraf gemaakt plan. Het slachtoffer overleefde dankzij snel ingrijpen en medische behandeling. De verdachte krijgt twaalf jaar gevangenisstraf en moet € 55.779,71 schadevergoeding betalen, plus wettelijke rente. Hij wordt vrijgesproken van het samen plegen van het feit.
Bewezen feiten en de wet
Poging tot moord: het slachtoffer volgens een vooraf gemaakt plan meerdere keren met een mes in de rug en zij steken.
20 jaar gevangenisstraf (240 maanden). Op voltooide moord staat levenslang of maximaal 30 jaar. Voor een poging tot een misdrijf waarop levenslang staat, bepaalt artikel 45 lid 3 Sr het maximum op 20 jaar.
Artikel 289 in samenhang met artikel 45 Sr, in het bijzonder artikel 45 lid 3 Sr.
Er is één bewezenverklaard feit. Het wettelijke maximum voor poging tot moord is 20 × 12 = 240 maanden. De samenloopregel van artikel 57 Sr verhoogt dit maximum hier niet. De eerdere veroordeling tot jeugddetentie telt volgens de rechtbank strafverzwarend mee, maar levert op basis van de vermelde gegevens geen wettelijke recidiveverhoging op grond van artikel 43a Sr op. De rechtbank noemt ook artikel 63 Sr, dat ziet op strafoplegging na een eerdere veroordeling voor andere feiten. De uitspraak bevat onvoldoende gegevens om daarvan een eventuele beperking van de beschikbare strafruimte te berekenen. De 240 maanden betreft daarom het wettelijke maximum voor het hier bewezenverklaarde feit.
Weegt zwaarder
- De verdachte heeft meerdere malen met kracht in de rug en zij van het slachtoffer gestoken.
- Het slachtoffer liep aanzienlijk letsel op, lag op de intensive care en heeft het incident ternauwernood overleefd. Zonder directe en adequate medische behandeling waren de letsels dodelijk geweest.
- Het steekincident vond op klaarlichte dag nabij een middelbare school plaats. Meerdere minderjarige kinderen waren getuige van het incident en de nasleep.
- Het geweld had grote impact op het slachtoffer, zijn naasten, de school en haar leerlingen en draagt bij aan gevoelens van onveiligheid.
- De verdachte is gevlucht, heeft geen verantwoordelijkheid genomen en heeft geen spijt betuigd tegenover het minderjarige slachtoffer.
- De verdachte was in december 2021 voor een gewelddadige straatroof veroordeeld tot langdurige jeugddetentie. De rechtbank weegt dit uitdrukkelijk in zijn nadeel mee.
Weegt lichter
Niet genoemd in de uitspraak.
De persoon
De verdachte is geboren in 2002 en was bij het feit 22 of 23 jaar. Hij is eerder veroordeeld voor een gewelddadige straatroof. De reclassering kon op basis van de beschikbare informatie geen plan opstellen voor gedragsverandering en het beheersen van risico’s en adviseerde een straf zonder bijzondere voorwaarden. De rechtbank zag in zijn persoonlijke omstandigheden geen reden voor strafvermindering.
Oriëntatiepunten rechtspraak
De rechtbank vermeldt uitdrukkelijk dat voor poging tot moord geen landelijke oriëntatiepunten bestaan. Zij heeft wel gekeken naar straffen in vergelijkbare zaken. De genoemde LOVS-aanbevelingen bij de Rotterdamse schaal zijn gebruikt voor de schadevergoeding, niet voor de duur van de gevangenisstraf.
Samenvatting van de toetsing
Onder het wettelijk maximum. Opgelegd: Twaalf jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van het voorarrest. — het wettelijk maximum is 20 jaar.
Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam
De opgelegde 144 maanden bedragen 60% van het wettelijke maximum van 240 maanden voor poging tot moord. Dat maximum is een bovengrens en niet de standaardstraf voor ieder geval. De rechtbank zou voor een voltooide moord in deze zaak achttien jaar passend hebben gevonden en neemt daarvan twee derde, omdat het om een poging gaat. Het levensgevaarlijke geweld, de gevolgen voor het minderjarige slachtoffer en de omgeving, het ontbreken van verantwoordelijkheid en de eerdere geweldsveroordeling wegen zwaar. De rechtbank ziet geen persoonlijke omstandigheden die een verdere verlaging rechtvaardigen en legt twaalf jaar op, twee jaar minder dan het OM eiste.
Broncitaten bij de drie afwegingen
- Strafdoelen
- Geen expliciet broncitaat vastgesteld; dit is geen oordeel over de straf.
- Proportionaliteit
Gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor een lange duur met zich brengt.
- Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank ziet in de onderhavige zaak en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen redenen om hiervan in strafverminderende zin af te wijken en zal laatstgenoemde straf van 12 jaren dan ook opleggen, omdat zij deze passend en geboden acht.
De weegschaal
Onder het wettelijk maximumOpgelegd: Twaalf jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van het voorarrest.
Schadevergoeding en schadevergoedingsmaatregel van € 55.779,71, plus wettelijke rente vanaf 19 mei 2025. Betaling aan het slachtoffer of aan de Staat geldt ook voor de andere verplichting. Bij niet-betaling en ontbreken van verhaal kan maximaal 244 dagen gijzeling worden toegepast; de betalingsplicht blijft dan bestaan.
Eis OM: Veertien jaar gevangenisstraf, met aftrek van het voorarrest.
Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.
Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗