Alle getoetste uitspraken

Getoetst op 18 oktober 2026

Zware mishandeling met ploertendoder en mishandeling van twee anderen: 12 maanden cel, waarvan 4 voorwaardelijk

Rechtbank Den Haag · 2 juni 2026

Zware mishandeling met ploertendoder en mishandeling van twee anderen: 12 maanden cel, waarvan 4 voorwaardelijk

ECLI:NL:RBDHA:2026:14899

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗

De rechtbank veroordeelt de verdachte voor zware mishandeling in Woubrugge en mishandeling van twee personen bij een tankstation in Leiden. Bij de zware mishandeling gebruikte hij een ploertendoder en ging hij door terwijl het slachtoffer bewusteloos of weerloos op de grond lag. De straf is 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden. Daarnaast moet hij twee slachtoffers schadevergoeding betalen. Een eerder voorwaardelijk opgelegde taakstraf van 20 uur en rijontzegging van 3 maanden worden alsnog uitgevoerd.

Bewezen feiten en de wet

Zware mishandeling op 4 februari 2026 in Woubrugge: het slachtoffer met een ploertendoder en de vuist slaan, met een gebroken voet en enkel als gevolg.

8 jaar gevangenisstraf (96 maanden).

Artikel 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Mishandeling van aangever 2 op 31 december 2025 in Leiden door een knietje tegen het hoofd te geven.

3 jaar gevangenisstraf (36 maanden).

Artikel 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Mishandeling van aangever 3 op 31 december 2025 in Leiden door tegen het hoofd te slaan.

3 jaar gevangenisstraf (36 maanden).

Artikel 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

De mishandelingen van de twee slachtoffers onder dagvaarding II zijn afzonderlijk weergegeven. De som van de strafmaxima is 96 + 36 + 36 = 168 maanden. Bij meerdere afzonderlijke misdrijven beperkt artikel 57 Sr het gezamenlijke maximum tot het hoogste maximum plus een derde, en nooit meer dan de som. Dat is hier 96 + 32 = 128 maanden, oftewel 10 jaar en 8 maanden. De uitspraak biedt geen grond voor een wettelijke verhoging wegens recidive: er is geen eerdere soortgelijke veroordeling in de afgelopen jaren vermeld en artikel 43a Sr is niet toegepast. De uitvoering van de eerdere voorwaardelijke straffen staat los van dit maximum.

Weegt zwaarder

  • De verdachte heeft zich in korte tijd schuldig gemaakt aan twee geweldsincidenten en ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers.
  • Hij gebruikte zwaar geweld, waaronder slaan met een ploertendoder en schoppen tegen het hoofd.
  • Hij ging door toen het slachtoffer bewusteloos, of in ieder geval weerloos, op de grond lag.
  • Aangever 1 heeft nog steeds lichamelijke beperkingen, pijnklachten, slaapproblemen en psychische klachten. Zijn gevoel van veiligheid is aanzienlijk aangetast.
  • Aangever 2 moest na de mishandeling dagen in bed blijven door hoofd- en oogletsel en had daarna slaapproblemen. Hij vermijdt de plaats van het incident en is op straat alerter.
  • Voor het geweld lijkt nauwelijks een aanleiding te zijn geweest, anders dan dat de verdachte zijn agressie niet onder controle had.
  • De verdachte kon maar beperkt inzicht in zijn handelen geven.
  • De mishandelingen vonden op straat plaats, wat kan bijdragen aan gevoelens van onveiligheid bij getuigen en omwonenden.

Weegt lichter

  • De verdachte is in de afgelopen jaren niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten veroordeeld.

De persoon

De verdachte is geboren in 1988. Volgens het reclasseringsadvies zijn er problemen met huisvesting, dagbesteding, financiën, middelengebruik en psychosociaal functioneren. Het risico op herhaling wordt als gemiddeld ingeschat. De rechtbank volgt het advies om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen met toezicht en voorwaarden.

Oriëntatiepunten rechtspraak

De rechtbank noemt geen LOVS-oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten voor mishandeling en voor het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel met een wapen zijn inhoudelijk relevant, maar de uitspraak vermeldt niet dat de rechtbank daarvan is uitgegaan. De genoemde Rotterdamse schaal gaat over schadevergoeding, niet over de hoogte van de straf.

Samenvatting van de toetsing

Ver onder het wettelijk maximum. Opgelegd: 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast worden een eerdere voorwaardelijke taakstraf en rijontzegging alsnog uitgevoerd. — het wettelijk maximum is 128 maanden.

Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam

De opgelegde gevangenisstraf van 12 maanden, inclusief het voorwaardelijke deel, ligt ver onder het gezamenlijke wettelijke maximum van 128 maanden. Dat maximum is een bovengrens voor de zwaarste gevallen en geen gebruikelijke straf voor iedere zaak. De rechtbank vindt een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf nodig vanwege het zware geweld, de gevolgen voor de slachtoffers en het doorgaan terwijl een slachtoffer weerloos was. Zij neemt ook mee dat de verdachte de afgelopen jaren niet voor soortgelijke feiten is veroordeeld en dat er persoonlijke problemen zijn waarvoor begeleiding en behandeling worden geadviseerd. De 4 voorwaardelijke maanden en bijzondere voorwaarden zijn bedoeld om nieuwe strafbare feiten te voorkomen; de rechtbank legt niet afzonderlijk uit waarom zij 12 in plaats van de geëiste 14 maanden kiest.

Broncitaten bij de drie afwegingen
Strafdoelen
De voorwaardelijke straf dient ertoe de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken.
Proportionaliteit
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.
Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 15 mei 2026, waaruit volgt dat sprake is van problematiek op het gebied van huisvesting, dagbesteding, financiën, middelengebruik en psychosociaal functioneren.

De weegschaal

Ver onder het wettelijk maximum
Wettelijk maximum128 maanden
Eis van het OM14 maanden
Opgelegde vrijheidsstraf8 maanden + 4 maanden voorw.

Opgelegd: 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast worden een eerdere voorwaardelijke taakstraf en rijontzegging alsnog uitgevoerd.

Bijzondere voorwaarden: meldplicht, geen contact met de drie slachtoffers, controles op alcohol- en drugsgebruik en een intake met zo nodig behandeling gericht op agressiebeheersing en middelengebruik. De 20 uur taakstraf betreft uitsluitend uitvoering van een eerdere voorwaardelijke straf. Ook volgt uitvoering van een eerdere rijontzegging van 3 maanden, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs al ingevorderd was. Schadevergoedingen: € 16.546,68 aan aangever 1 en € 1.707,49 aan aangever 2, telkens met wettelijke rente. Voor deze bedragen zijn ook schadevergoedingsmaatregelen opgelegd.

Eis OM: 14 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, een proeftijd van 2 jaar en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Het OM vroeg ook uitvoering van de eerdere voorwaardelijke taakstraf van 20 uur en rijontzegging van 3 maanden.

Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗