Rechtbank Amsterdam · 4 augustus 2026
24 maanden cel, waarvan 4 voorwaardelijk, voor bankhelpdeskfraude en diefstal
ECLI:NL:RBAMS:2026:7880
Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗De rechtbank veroordeelt verdachte voor het bezit van door misdrijf verkregen persoonsgegevens, het samen met anderen oplichten van vijf slachtoffers en diefstal met hun betaalgegevens. De daders deden zich voor als bankmedewerker of politieagent. Zij maakten misbruik van het vertrouwen van vooral kwetsbare ouderen. Verdachte krijgt 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met begeleiding door de reclassering. Van de feiten 1 en 2 wordt hij vrijgesproken. De uitspraak bevat een tegenstrijdigheid: bij feit 4 beschrijft de bewezenverklaring voltooide oplichting, maar noemt de eindbeslissing poging tot oplichting.
Bewezen feiten en de wet
Feit 3: meermalen verwerven en voorhanden hebben van niet-openbare persoonsgegevens, terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen.
12 maanden gevangenisstraf per zelfstandig feit.
Artikel 139g lid 1 onder a Wetboek van Strafrecht
Feit 4: samen met anderen oplichten van vijf slachtoffers. De bewezenverklaring beschrijft voltooide oplichting; de eindbeslissing noemt echter poging tot oplichting.
48 maanden gevangenisstraf per voltooide oplichting. Als de kwalificatie poging in de eindbeslissing wordt gevolgd, is dit 32 maanden per poging. Het genoemde maximum van 48 maanden volgt de bewezenverklaring.
Artikelen 326 lid 1 en 47 Wetboek van Strafrecht; bij de in de eindbeslissing genoemde poging tevens artikel 45
Feit 5: meermalen samen met anderen geld wegnemen met onrechtmatig gebruikte bankpassen en pincodes. Dit geldt juridisch als diefstal met een valse sleutel.
72 maanden gevangenisstraf per zelfstandig feit. De combinatie van samen plegen en een valse sleutel maakt het maximum hier niet 108 maanden.
Artikel 311 lid 1 onder 4° en 5° Wetboek van Strafrecht
Bij meerdere zelfstandige misdrijven geldt artikel 57 Sr: het gezamenlijke maximum is het hoogste afzonderlijke maximum plus een derde, maar niet meer dan de som van de afzonderlijke maxima. Het hoogste maximum is hier 72 maanden voor diefstal onder verzwarende omstandigheden. Dat wordt 72 + 24 = 96 maanden. De som van de maxima is hoger, ook wanneer bij feit 4 wordt uitgegaan van pogingen met een maximum van 32 maanden. De tegenstrijdigheid over feit 4 verandert het gezamenlijke maximum dus niet. De rechter weegt eerdere veroordelingen wel strafverzwarend mee. Voor de wettelijke verhoging wegens herhaling van artikel 43a Sr ontbreken echter voldoende gegevens, onder meer over een eerdere onherroepelijke veroordeling tot gevangenisstraf of hechtenis. Artikel 43a wordt ook niet genoemd bij de toegepaste wetsartikelen. Daarom is geen aanvullende recidiveverhoging berekend.
Weegt zwaarder
- Verdachte heeft samen met anderen gedurende meerdere maanden bankhelpdeskfraude gepleegd, waarbij een groot aantal personen is gedupeerd.
- De slachtoffers waren veelal kwetsbare ouderen en werden op geraffineerde wijze gemanipuleerd.
- Verdachte heeft op georganiseerde en professionele wijze op grote schaal misbruik gemaakt van het gewekte vertrouwen.
- Het vertrouwen van de slachtoffers in de medemens is ernstig geschaad.
- De rechtbank neemt verdachte de zelfverrijking ten koste van kwetsbare ouderen op doortrapte wijze kwalijk.
- Verdachte is in de afgelopen vijf jaar twee keer eerder veroordeeld voor vermogensdelicten.
Weegt lichter
- De rechtbank acht minder feiten bewezen dan het Openbaar Ministerie en legt mede daarom een lagere straf op dan geëist.
- De rechtbank ziet meerwaarde in een voorwaardelijk strafdeel om verdachte te begeleiden bij zijn terugkeer in de maatschappij en nieuwe strafbare feiten te voorkomen.
De persoon
Verdachte is geboren in 1995 en was bij de uitspraak gedetineerd. Hij heeft twee eerdere veroordelingen voor vermogensdelicten in de afgelopen vijf jaar. Volgens de reclassering kunnen zijn financiën, sociale netwerk en psychosociaal functioneren het risico op nieuwe strafbare feiten verhogen. De verdediging noemt de gevolgen van zijn detentie voor zijn oudste dochter, maar de rechtbank benoemt dit niet uitdrukkelijk als strafverminderende omstandigheid.
Oriëntatiepunten rechtspraak
De LOVS-oriëntatiepunten voor fraude zijn relevant; de verdediging vraagt daarbij aan te sluiten. De rechtbank noemt zelf geen concreet LOVS-uitgangspunt of bijbehorende strafduur. Zij verwijst naar straffen in soortgelijke zaken.
Samenvatting van de toetsing
Ver onder het wettelijk maximum. Opgelegd: 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 2 jaar. — het wettelijk maximum is 8 jaar.
Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam
De totale gevangenisstraf van 24 maanden ligt ver onder het berekende wettelijke maximum van 96 maanden; daarvan zijn 20 maanden onvoorwaardelijk. Het wettelijke maximum is een bovengrens voor de zwaarste gevallen en geen standaardstraf. De rechtbank bepaalt de straf aan de hand van soortgelijke zaken en weegt de georganiseerde aanpak, de kwetsbare slachtoffers en eerdere veroordelingen zwaar mee. De straf is lager dan de eis omdat minder feiten zijn bewezen en de rechtbank kijkt naar straffen in vergelijkbare zaken. Vier maanden zijn voorwaardelijk om nieuwe strafbare feiten te voorkomen en begeleiding bij de terugkeer in de maatschappij mogelijk te maken.
Broncitaten bij de drie afwegingen
- Strafdoelen
De rechtbank ziet meerwaarde in het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel, om verdachte in de toekomst te weerhouden van het plegen van strafbare feiten en om hem door de reclassering te laten begeleiden bij zijn terugkeer in de maatschappij.
- Proportionaliteit
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.
- Persoonlijke omstandigheden
De rechtbank houdt in strafverzwarende zin rekening met het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 15 april 2026, waaruit volgt dat verdachte in de afgelopen vijf jaar twee keer eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten, waardoor sprake is van recidive.
De weegschaal
Ver onder het wettelijk maximumOpgelegd: 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van 2 jaar.
Bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering, een training in cognitieve vaardigheden, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang en inspanning om betaald werk met een vaste structuur te vinden en te behouden. De reclassering houdt toezicht en begeleidt verdachte.
Eis OM: 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, een proeftijd van 2 jaar en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.
Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.
Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗