Alle getoetste uitspraken

Getoetst op 19 oktober 2026

Taakstraf voor fraude met coronasteun en witwassen van € 57.646,20

Rechtbank Amsterdam · 2 juli 2026

Taakstraf voor fraude met coronasteun en witwassen van € 57.646,20

ECLI:NL:RBAMS:2026:6729

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗

Verdachte heeft samen met een ander valse aanvragen en stukken ingediend voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). Vervolgens heeft hij samen met anderen de ontvangen € 57.646,20 witgewassen. De rechtbank legt een taakstraf van 120 uur op. Vanwege de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn krijgt hij geen gevangenisstraf. Hij moet daarnaast de schade van € 57.646,20 aan RVO vergoeden, met wettelijke rente.

Bewezen feiten en de wet

Samen met een ander opzettelijk valse TVL-aanvragen en bijbehorende stukken gebruiken alsof deze echt waren.

6 jaar gevangenisstraf (72 maanden), volgens de wet die gold tijdens de feiten.

Artikel 225 lid 2 in samenhang met lid 1 en artikel 47 Wetboek van Strafrecht.

Samen met anderen € 17.646,20 en € 40.000 witwassen, terwijl zij wisten dat dit geld uit eigen misdrijf afkomstig was.

6 jaar gevangenisstraf (72 maanden), volgens de wet die gold tijdens de feiten.

Artikel 420bis lid 1 en artikel 47 Wetboek van Strafrecht.

Voor beide feiten geldt een maximum van 72 maanden gevangenisstraf. Bij meerdaadse samenloop geldt volgens artikel 57 Sr het hoogste maximum plus een derde, maar niet meer dan de som van de afzonderlijke maxima. Dat geeft 72 + 24 = 96 maanden; dit is lager dan de som van 144 maanden. Samen plegen verhoogt het maximum niet. De rechtbank noemt eerdere veroordelingen en een betaalde transactie, maar de uitspraak bevat onvoldoende gegevens om een wettelijke verhoging wegens recidive toe te passen.

Weegt zwaarder

  • Verdachte heeft welbewust valse aanvragen ingediend voor tegemoetkomingen waarop zijn vennootschappen geen recht hadden.
  • Verdachte heeft volgens de rechtbank schaamteloos misbruik gemaakt van de TVL-regeling, die bedoeld was voor ondernemingen die financieel door de coronapandemie waren geraakt.
  • Frauderen met publieke middelen raakt de hele maatschappij; de rechtbank weegt dit mee bij het bepalen van de straf.

Weegt lichter

  • De redelijke termijn is volgens de rechtbank met ongeveer 30 maanden overschreden. Daarom legt de rechtbank geen gevangenisstraf op.

De persoon

Verdachte is geboren in 1979 en heeft geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. Hij heeft beide feiten bij de FIOD bekend. De rechtbank heeft zijn strafblad bekeken: hij is eerder veroordeeld en heeft een in 2022 aangeboden transactie wegens een verdenking van witwassen betaald. De rechtbank zegt niet uitdrukkelijk welk effect dit strafblad op de straf heeft. Het vonnis is bij verstek gewezen: verdachte was niet aanwezig.

Oriëntatiepunten rechtspraak

De rechtbank gebruikt het LOVS-oriëntatiepunt voor fraude. Bij een benadelingsbedrag tussen € 10.000 en € 70.000 is het uitgangspunt twee tot vijf maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf; ook een onvoorwaardelijke taakstraf is mogelijk. De rechtbank gaat hier uit van € 57.646,20.

Samenvatting van de toetsing

Ver onder het wettelijk maximum. Opgelegd: Een taakstraf van 120 uur, met aftrek van de tijd in verzekering naar de maatstaf van twee uur per dag. Bij niet naar behoren uitvoeren geldt 60 dagen vervangende hechtenis. — het wettelijk maximum is 8 jaar.

Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam

De taakstraf ligt ver onder het gezamenlijke wettelijke maximum van acht jaar gevangenisstraf. Dat maximum is een wettelijke bovengrens en niet het uitgangspunt voor iedere fraudezaak. De rechtbank sluit voor deze zaak aan bij de fraude-oriëntatiepunten, die bij dit schadebedrag een veel lagere gevangenisstraf of een taakstraf noemen. Het bewuste misbruik van publieke coronasteun weegt mee in de straf. De aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn geeft voor de rechtbank de doorslag om geen gevangenisstraf, maar 120 uur taakstraf op te leggen.

Broncitaten bij de drie afwegingen
Strafdoelen
Geen expliciet broncitaat vastgesteld; dit is geen oordeel over de straf.
Proportionaliteit
Het op deze wijze frauderen met publieke middelen raakt de hele maatschappij en de rechtbank weegt dit mee bij het bepalen van de straf.
Persoonlijke omstandigheden
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De weegschaal

Ver onder het wettelijk maximum
Wettelijk maximum8 jaar
Eis van het OM3 maanden
Opgelegde vrijheidsstraf0 dagen

Opgelegd: Een taakstraf van 120 uur, met aftrek van de tijd in verzekering naar de maatstaf van twee uur per dag. Bij niet naar behoren uitvoeren geldt 60 dagen vervangende hechtenis.

Schadevergoeding en schadevergoedingsmaatregel van € 57.646,20, met wettelijke rente over € 17.646,20 vanaf 24 september 2020 en over € 40.000 vanaf 9 oktober 2020. Dit bedrag hoeft niet dubbel te worden betaald. Bij uitblijven van betaling en verhaal kan maximaal 250 dagen gijzeling volgen; de betalingsplicht blijft dan bestaan. De in beslag genomen contante bedragen worden teruggegeven. Een in beslag genomen vordering wordt bewaard voor de rechthebbende.

Eis OM: Drie maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest.

Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗