Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 februari 2025
Tennisleraar krijgt deels voorwaardelijke taakstraf voor aanranding en poging daartoe
ECLI:NL:GHSHE:2025:557
Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗Het hof veroordeelt een tennisleraar voor een poging tot aanranding van een minderjarige pupil en voor aanranding van een andere pupil. Hij probeerde de minderjarige onder druk te zetten tot seksuele handelingen. De andere pupil kuste en betastte hij tegen haar wil. Het hof legt 120 uur taakstraf op, waarvan 60 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Beide slachtoffers krijgen € 500 schadevergoeding, met wettelijke rente.
Bewezen feiten en de wet
Feit 1: poging tot aanranding van een aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige. De verdachte probeerde zijn pupil door psychische druk en misbruik van vertrouwen te dwingen tot onder meer masturberen voor een camera of in zijn bijzijn.
85⅓ maanden gevangenisstraf. Het basismaximum van 96 maanden kan met een derde worden verhoogd omdat het slachtoffer een aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige was. Het maximum van 128 maanden wordt wegens poging met een derde verminderd.
Artikelen 246 en 248 Sr (zoals geldend ten tijde van het feit), in samenhang met artikel 45 Sr.
Feit 2: aanranding op 22 februari 2020. De verdachte kuste een pupil onverwacht, bracht zijn hand onder haar rok en betastte en kneep in haar billen. Daarbij maakte hij misbruik van zijn overwicht en de vertrouwensband.
96 maanden gevangenisstraf.
Artikel 246 Sr (zoals geldend ten tijde van het feit).
Uitgangspunt zijn de strafbepalingen die golden bij de feiten in 2020 en 2021. Voor feit 1 is de strafverzwarende omstandigheid van artikel 248 Sr bewezen: het ging om een aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige. Daardoor bedraagt het maximum voor het voltooide misdrijf 96 × 4/3 = 128 maanden. Voor de poging resteert daarvan twee derde: 85⅓ maanden. Voor feit 2 geldt 96 maanden. Bij meerdere afzonderlijke misdrijven bepaalt artikel 57 Sr het gezamenlijke maximum op het hoogste maximum plus een derde, maar niet meer dan de som. Dat is hier min(96 × 4/3, 85⅓ + 96) = 128 maanden. Er is geen recidiveverhoging van toepassing. Dit is het maximum voor gevangenisstraf; een taakstraf kan daarmee niet rechtstreeks in maanden worden vergeleken.
Weegt zwaarder
- De verdachte heeft op grove wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen en de loyaliteit van zijn pupillen.
- Hij probeerde de minderjarige op zeer dwingende wijze zover te krijgen seksuele foto's en filmpjes te sturen en met hem te douchen.
- Beide slachtoffers hebben nog veel last van het gebeurde en worstelen met de vraag of zij ooit nog iemand kunnen vertrouwen.
- Er was een aanzienlijk leeftijdsverschil en een vertrouwensband. De verdachte had moeten beseffen dat de situatie ongelijkwaardig en psychisch schadelijk was.
- Voor het voorwaardelijke strafdeel weegt het hof mee dat de verdachte geen verantwoordelijkheid neemt, bij de psycholoog een sociaal wenselijk beeld presenteerde en inmiddels weer tennisles aan minderjarigen geeft.
Weegt lichter
- De verdachte is niet eerder met politie en justitie in aanraking geweest.
- De verdachte heeft al een disciplinaire maatregel van het Instituut Sport Rechtspraak gekregen. Mede daarom vindt het hof dat een taakstraf volstaat.
De persoon
De verdachte is geboren in 1993 en werkte als tennisleraar. Hij had geen eerdere justitiële contacten. Volgens het psychologisch onderzoek presenteerde hij een rooskleurig en sociaal wenselijk beeld van zichzelf. Zijn sportschorsing was inmiddels afgelopen en hij gaf weer tennisles aan minderjarigen.
Oriëntatiepunten rechtspraak
Het hof noemt geen concrete LOVS-oriëntatiepunten. Het verwijst wel algemeen naar de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Samenvatting van de toetsing
Ver onder het wettelijk maximum. Opgelegd: 120 uur taakstraf, waarvan 60 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Er is geen gevangenisstraf opgelegd. — het wettelijk maximum is 128 maanden.
Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam
De deels voorwaardelijke taakstraf blijft ver onder het wettelijke gevangenisstrafmaximum van 128 maanden, al zijn taakstrafuren niet rechtstreeks met gevangenismaanden te vergelijken. Het wettelijke maximum is een bovengrens voor ook de zwaarste gevallen die onder deze strafbepalingen vallen. Het hof neemt het misbruik van vertrouwen en de blijvende gevolgen voor de slachtoffers ernstig op. Daartegenover staan het ontbreken van eerdere justitiële contacten en vooral de al opgelegde disciplinaire maatregel, waardoor het hof een taakstraf voldoende vindt. Het voorwaardelijke deel moet nieuwe strafbare feiten helpen voorkomen, mede omdat de verdachte geen verantwoordelijkheid neemt en weer minderjarigen lesgeeft.
Broncitaten bij de drie afwegingen
- Strafdoelen
Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
- Proportionaliteit
Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht
- Persoonlijke omstandigheden
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 25 november 2024, waaruit volgt dat de verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.
De weegschaal
Ver onder het wettelijk maximumOpgelegd: 120 uur taakstraf, waarvan 60 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Er is geen gevangenisstraf opgelegd.
Van de taakstraf moet 60 uur direct worden uitgevoerd. Bij niet naar behoren uitvoeren geldt vervangende hechtenis: 60 dagen voor de volledige taakstraf, waarvan 30 dagen bij het voorwaardelijke deel horen. Daarnaast moet de verdachte ieder slachtoffer € 500 schadevergoeding betalen, met wettelijke rente. Het hof legt daarvoor ook schadevergoedingsmaatregelen op. Betaling via de Staat en rechtstreekse betaling aan het slachtoffer worden niet dubbel verlangd.
Eis OM: De advocaat-generaal vroeg om bevestiging van het rechtbankvonnis: één maand geheel voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar en 120 uur taakstraf. Ook vroeg het OM om handhaving van de toegewezen schadevergoedingen van € 1.000 per slachtoffer.
Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.
Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗