Gerechtshof Den Haag · 2 juni 2026
Poging tot zware mishandeling van vader: 8 maanden gevangenisstraf en TBS met voorwaarden
ECLI:NL:GHDHA:2026:1830
Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗De verdachte sloeg zijn vader meerdere keren met een hondenbot tegen het hoofd en schopte hem. Het hof veroordeelt hem voor poging tot zware mishandeling tot 8 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Daarnaast krijgt hij TBS met voorwaarden en een maatregel die later langdurig toezicht mogelijk maakt. Anders dan de rechtbank vindt het hof TBS met dwangverpleging niet noodzakelijk.
Bewezen feiten en de wet
Poging tot zware mishandeling van zijn vader op 4 december 2023 in Dordrecht, door hem meerdere keren met een hondenbot tegen het hoofd te slaan en hem te schoppen.
85⅓ maanden gevangenisstraf. Zware mishandeling kent een maximum van 8 jaar. Dit wordt met een derde verhoogd omdat het slachtoffer zijn vader is, en vervolgens met een derde verminderd omdat het bij een poging bleef.
Artikel 302 lid 1, artikel 304 onder 1 en artikel 45 Sr.
Voor het bewezenverklaarde feit is de berekening: 96 maanden × 4/3 wegens het geweld tegen zijn vader (artikel 304 Sr) × 2/3 wegens poging (artikel 45 Sr) = 85⅓ maanden. Er is in deze zaak één bewezenverklaard feit, zodat artikel 57 Sr niet tot een hoger maximum leidt. De eerdere veroordelingen wegen wel strafverzwarend mee, maar de uitspraak biedt onvoldoende grond om de wettelijke recidiveverhoging van artikel 43a Sr toe te passen. Het hof noemt ook artikel 63 Sr, dat gaat over de samenhang met eerdere veroordelingen. De uitspraak bevat onvoldoende gegevens om een eventuele beperking van de resterende strafruimte door dat artikel te berekenen. Het genoemde totaal is daarom het maximum voor het hier bewezenverklaarde feit. TBS en de toezichtmaatregel zijn geen gevangenisstraf en worden niet bij dit aantal maanden opgeteld.
Weegt zwaarder
- De verdachte heeft door het geweld op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn vader.
- Misdrijven als deze veroorzaken gevoelens van angst en onveiligheid bij slachtoffers en in de maatschappij.
- De verdachte is eerder onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke en andere strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden dit feit te plegen.
- De kans op herhaling van gewelddadig gedrag wordt hoog ingeschat. Dit ondersteunt vooral de noodzaak van behandeling en toezicht.
- Eerdere interventies en reclasseringstoezichten hebben onvoldoende gedragsverandering gebracht en het risico op herhaling onvoldoende teruggedrongen.
Weegt lichter
- De psychische stoornissen hebben zijn gedragskeuzes en handelen zo beïnvloed dat het feit hem slechts in verminderde mate kan worden toegerekend.
- In hoger beroep heeft de verdachte volledig meegewerkt aan de onderzoeken door de deskundigen.
- De deskundigen en de reclassering adviseren TBS met voorwaarden; de verdachte heeft zich bereid verklaard daaraan mee te werken. Het hof vindt dat daarmee de veiligheid voldoende kan worden beschermd.
- Bij de afwijzing van de uitvoering van de eerdere voorwaardelijke straf weegt het hof de lange voorlopige hechtenis mee en het belang om zo spoedig mogelijk met de behandeling te beginnen.
De persoon
De verdachte is geboren in 2001 en wordt volgens het volwassenenstrafrecht berecht. Bij hem zijn een antisociale persoonlijkheidsstoornis, een stoornis in het gebruik van cannabis en een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of psychotische stoornis vastgesteld. Hij heeft beperkt inzicht in zijn problemen, weinig sociale steun en buiten detentie geen werk of vaste dagstructuur. Zijn dochter is een belangrijke motivatie om zijn leven te verbeteren. Het hof neemt de conclusies van de deskundigen over en acht hem verminderd toerekeningsvatbaar.
Oriëntatiepunten rechtspraak
Het hof noemt geen LOVS-oriëntatiepunten en verbindt de straf niet aan een concreet oriëntatiepunt. De motivering richt zich vooral op het geweld, de verminderde toerekeningsvatbaarheid en de noodzaak van behandeling en toezicht.
Samenvatting van de toetsing
Ver onder het wettelijk maximum. Opgelegd: 8 maanden geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, naast direct uitvoerbare TBS met voorwaarden en een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel. — het wettelijk maximum is 85.3 maanden.
Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam
De gevangenisstraf van 8 maanden ligt ver onder het wettelijke maximum van 85⅓ maanden voor dit feit. Het wettelijke maximum is een bovengrens voor de zwaarste gevallen en geen standaardstraf. Het hof weegt de ernst van het geweld en de eerdere veroordelingen mee, maar ook dat het feit door de psychische stoornissen slechts verminderd aan de verdachte kan worden toegerekend. De gevangenisstraf staat bovendien niet op zichzelf: daarnaast komen TBS met voorwaarden en een maatregel voor mogelijk langdurig toezicht, gericht op veiligheid en het voorkomen van nieuw geweld. De overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep heeft niet tot strafvermindering geleid.
Broncitaten bij de drie afwegingen
- Strafdoelen
Daartoe is redengevend dat het vanwege het recidiverisico vanuit veiligheidsoogpunt onverantwoord is de verdachte onbehandeld in de maatschappij te laten terugkeren.
- Proportionaliteit
Het hof is van oordeel dat gelet op de aard en de ernst van het onder 1 primair bewezenverklaarde - een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld - alsmede hetgeen hiervoor over de persoon van de verdachte is overwogen en de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan, de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel tot TBS eist.
- Persoonlijke omstandigheden
Voorts is het hof van oordeel dat die ziekelijke stoornis de gedragskeuzes en het handelen van de verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde zodanig hebben beïnvloed dat het feit hem slechts in verminderde mate kan worden toegerekend.
De weegschaal
Ver onder het wettelijk maximumOpgelegd: 8 maanden geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, naast direct uitvoerbare TBS met voorwaarden en een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel.
De TBS-voorwaarden omvatten onder meer opname en behandeling, reclasseringstoezicht, zo nodig begeleid wonen, middelencontroles en een vaste dagbesteding. De maatregel van artikel 38z Sr maakt zo nodig toezicht na afloop van de TBS mogelijk; daarover wordt later beslist. Bij omzetting naar TBS met dwangverpleging is de duur daarvan niet gemaximeerd. Verder moet de verdachte € 254,13 schadevergoeding betalen, met wettelijke rente. De vordering om een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden uit te voeren is afgewezen.
Eis OM: De advocaat-generaal eiste 8 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, direct uitvoerbare TBS met voorwaarden volgens het reclasseringsadvies en de maatregel van artikel 38z Sr. Ook vroeg het OM om uitvoering van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 2 maanden.
Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.
Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗