Alle getoetste uitspraken

Getoetst op 18 oktober 2026

Acht jaar gevangenisstraf voor doodslag en openlijk geweld bij dodelijke steekpartij in Almere

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 3 juni 2026

Acht jaar gevangenisstraf voor doodslag en openlijk geweld bij dodelijke steekpartij in Almere

ECLI:NL:GHARL:2026:3493

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗

Het hof veroordeelt de verdachte voor het doodsteken van een 26-jarige man op 15 augustus 2020 en voor gezamenlijk geweld tegen die man en zijn auto. De verdachte stak het slachtoffer zeven keer terwijl het slachtoffer achter het stuur zat. Het hof verwerpt het beroep op zelfverdediging. Anders dan de rechtbank acht het hof ook doodslag bewezen. De verdachte krijgt acht jaar gevangenisstraf en moet beide ouders van het slachtoffer ieder € 17.500 schadevergoeding betalen, plus wettelijke rente.

Bewezen feiten en de wet

Doodslag: het slachtoffer opzettelijk doden door hem meerdere keren met een mes in de borst te steken.

15 jaar gevangenisstraf (180 maanden). De latere verhoging van het maximum voor doodslag naar 25 jaar geldt niet voor dit feit uit 2020.

Artikel 287 Sr, zoals dit gold op 15 augustus 2020; artikel 1 lid 2 Sr.

Openlijk samen met anderen geweld plegen tegen het slachtoffer en zijn auto door te trappen of te schoppen.

4 jaar en 6 maanden gevangenisstraf (54 maanden). Er is geen strafverzwarend gevolg uit artikel 141 lid 2 Sr bewezenverklaard.

Artikel 141 lid 1 Sr.

Het hof past artikel 57 Sr toe omdat het om meerdere strafbare feiten gaat. Het hoogste afzonderlijke maximum is 180 maanden. Verhoging daarvan met een derde geeft 240 maanden. De som van de afzonderlijke maxima is echter 180 + 54 = 234 maanden. Het gezamenlijke maximum mag niet hoger zijn dan die som en bedraagt daarom 234 maanden, oftewel 19 jaar en 6 maanden. Er is geen wettelijke verhoging wegens herhaling van strafbare feiten van toepassing. De eerdere veroordeling voor opzetheling uit 2014 wordt door het hof bovendien uitdrukkelijk niet als strafverzwarend beschouwd.

Weegt zwaarder

  • De zeven steekwonden getuigen volgens het hof van fors en ongeremd geweld.
  • Het slachtoffer zat achter het stuur en bevond zich in een kansloze positie tegenover het brute geweld.
  • Het hof rekent de verdachte de meedogenloze wijze waarop hij met het leven van een ander is omgegaan aan.
  • Het slachtoffer was slechts 26 jaar en had nog een heel leven voor zich.
  • De verdachte heeft de nabestaanden immens leed toegebracht.
  • De verdachte heeft er geen blijk van gegeven inzicht te hebben in het strafwaardige van zijn handelen.

Weegt lichter

Niet genoemd in de uitspraak.

De persoon

De verdachte is geboren in 1996. Volgens de verdediging is hij zelfstandig ondernemer in de bouw, volgt hij een opleiding Information-engineering en zorgt hij voor vijf kinderen. Het hof ziet hierin geen reden voor strafvermindering. Zijn eerdere veroordeling voor opzetheling uit 2014 telt niet strafverzwarend mee vanwege de relatieve ernst en het tijdsverloop.

Oriëntatiepunten rechtspraak

Het hof noemt geen LOVS-oriëntatiepunten en motiveert de straf vanuit de concrete feiten en omstandigheden. Voor doodslag bestaat geen algemeen LOVS-oriëntatiepunt.

Samenvatting van de toetsing

Onder het wettelijk maximum. Opgelegd: Acht jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van het voorarrest voor zover dat niet al op een andere straf in mindering is gebracht. — het wettelijk maximum is 234 maanden.

Waarom de rechter tot deze strafmaat kwam

De opgelegde 96 maanden liggen onder het gezamenlijke wettelijke maximum van 234 maanden. Een wettelijk maximum is een bovengrens en geen standaardstraf voor ieder geval. Het hof vindt een langdurige gevangenisstraf nodig vanwege het brute geweld, de kansloze positie van het slachtoffer en het immense leed voor de nabestaanden. Het noemt vergelding en het handhaven van de norm als redenen voor de straf. De persoonlijke omstandigheden leiden niet tot vermindering en ook de beperkte overschrijding van de redelijke termijn levert geen strafkorting op. Het hof komt daarmee uit op dezelfde gevangenisstraf als het OM had geëist.

Broncitaten bij de drie afwegingen
Strafdoelen
vanuit het oogpunt van normhandhaving en ter vergelding van de door verdachte begane delicten
Proportionaliteit
Alles afwegend is het hof van oordeel dat – gelet op de aard en de bijzondere ernst van de gepleegde feiten - oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur, vanuit het oogpunt van normhandhaving en ter vergelding van de door verdachte begane delicten, noodzakelijk is.
Persoonlijke omstandigheden
Het hof ziet in hetgeen ter zitting over de persoonlijke omstandigheden van verdachte is aangevoerd geen aanleiding om de op te leggen straf te matigen.

De weegschaal

Onder het wettelijk maximum
Wettelijk maximum234 maanden
Eis van het OM8 jaar
Opgelegde vrijheidsstraf8 jaar

Opgelegd: Acht jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van het voorarrest voor zover dat niet al op een andere straf in mindering is gebracht.

Aan beide ouders wordt ieder € 17.500 vergoeding voor het verdriet door het overlijden toegekend, met wettelijke rente vanaf 15 augustus 2020. Hiervoor legt het hof ook schadevergoedingsmaatregelen op. Per maatregel kan maximaal 112 dagen gijzeling worden toegepast; daarmee vervalt de betalingsplicht niet. De vriendin en het mogelijke kind kunnen hun vorderingen alleen nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Eis OM: Het OM eiste in hoger beroep acht jaar gevangenisstraf voor beide feiten, met aftrek van het voorarrest.

Deze uitleg is automatisch gemaakt met AI en kan fouten bevatten. Lees bij twijfel altijd de volledige uitspraak.

Lees de volledige, originele uitspraak op Rechtspraak.nl ↗